De ochtendspits

De ochtendspits door de ogen van mijn 2,5-jarige. Want ik denk dat hij dat toch net iets anders bekijkt dan zijn mama.

5u45: Ik ben wakker, best mijn mama laten weten.
“Mamaaaaa, ik ben wakkej!”
Hup, uit bed.
Eens kijken of broertje al wakker is. Anders maak ik hem wel wakker.

“Kom Sep, we gaan naar beneden. We gaan eten.”
Neenee, ik ga eerst nog al mijn boekjes eens bekijken.
Of is er op Warre’s kamer interessanter speelgoed te vinden? Eens gaan kijken.

“Sep, komaan, we gaan eten.”
Oké dan, ik krijg toch wel een beetje honger.
Oei, mama heeft Warre in haar handen. Mij kan ze dus niet dragen. Ik zal zelf moeten stappen op de trap. Oké, dat kan ik wel al, maar het is toch plezanter als mama mij draagt. Dat gaat sneller. Misschien kan mama wel nog mijn boekje dragen. En mijn tractor. En mijn konijn.

Woaaaah, ik was vergeten hoeveel speelgoed ik beneden heb! Oooh! Mijn autootjes! En mijn puzzels! Oeh! Een rammelaar van Warre!

“Sep, jouw melk en boterham staan op tafel. Kom je erbij zitten?”

IMG_5490

“Nèèèèh!” Waarom moet ik toch eten ’s morgens? Laat mij gewoon spelen. Jij mag die boterham zelf opeten! Die fles melk neem ik wel mee.

“Kom Sep, het is tijd om onze tanden te gaan poetsen.”

Hmm, nu heb ik precies toch een hongerke.
“Ik wil nog een boterham! En een yoghurt!”

IMG_7329

6u30: “Kom Sep, nu moeten we ons echt gaan wassen en aankleden! Je mag boven nog wat spelen terwijl mama zichzelf en Warre aankleedt.”

Oké, maar dan moet ik wel mijn boekje en mijn tractors meenemen naar boven. Allezja, mama moet die meenemen. Ze heeft toch nog een hand vrij.

“Kom, we gaan samen onze tanden poetsen!”
Pfff, ik wil nog wat met broertje op zijn speelmat spelen. Laat die moeder van mij maar doen.

“Komaan Sep, tanden poetsen! Mama is al klaar hoor!”
“Nèèèèh! Zie je niet dat ik bezig ben? Ik moet dat kussen bij broertje leggen. En dat boekje. En die pop.”

IMG_7204

Zie je wel, als ik lang genoeg wacht, komt mama me zelf wel halen.
Allez, als het echt moet, zal ik die tandenborstel wel even in mijn mond steken. Mmm, best wel lekker eigenlijk, die tandpasta. “Nog tandpasta!” Nog een beetje bewegen met die borstel in mijn mond. Voilà, klaar!
Serieus mens, ik zei toch dat ik klaar ben! Geloof je mij niet op mijn woord misschien? Wat je zelf doet, doe je beter? Echt, controlefreak, die moeder van mij!

Kleren aandoen. Yeah, tijd voor mama haar cardio! En hup, we rollen naar rechts. En terug naar links. Hahaaa, even haar buikspieren testen! Hihi, pak me dan, als je kan! Misschien toch mijn onderbroek omhoog, loopt net iets gemakkelijker…
“Neeeee, ik wil niet die t-shirt!”
“Nee, ik wil geen broek aandoen!” Ik ga wel in mijn blote billen naar de crèche. De genen van mijn papa gaven mij een mooie kont, dat mag toch gezien worden zeker!

7u15: Weer naar beneden. Zeg moeder, je moet weten wat je wil hé!
Amai, Warre ligt al in zijn maxi-cosi. Nog even broertje een zoen geven.
Nog een beetje spelen.

Jas aan? Waarom? Schoenen aan? Waarom?
Waarom kan ik niet gewoon thuisblijven?

7u30: “Oké, dan ben ik zonder jou weg. Daag, Sep!”

Neenee, wacht! Ik ga toch mee!

 

 

 

Alle ballen in de lucht houden

Ik kreeg een stokje toegeworpen van Evi en het leek me wel leuk om eens te antwoorden op enkele vragen over hoe ik alle ballen in de lucht houd. Allez, die ballen liggen tegenwoordig vaker op de grond dan dat ze in de lucht hangen, maar kom, ik doe mijn best!

  1. Wat is bij jullie de verdeling van taken als het gaat om kinderen, huishouden etc….
    Doordat ik vaker thuis ben met de kinderen, ben ik logischerwijs meer verantwoordelijk voor hun welbehagen. Maar als het lief op tijd thuis is, neemt hij die taken graag van mij over of steekt hij Sep in bed terwijl ik Warre voed en ons eigen avondmaal bereid. Het is teamwork en we verdelen de taken à la minute. Wij hebben niet echt een vaste taakverdeling opgesteld, al komen we door de omstandigheden wel een beetje in de klassieke rolpatronen terecht wat het huishouden betreft. Ik zorg voor het eten, de was en de kuis. Het lief zorgt voor de tuin, zet de vuilniszakken buiten en neemt de meer technische klusjes voor zijn rekening.
  2. Hoe zorg je dat werk en privé gescheiden blijven?
    Ik kan mijn werk relatief gemakkelijk achter mij laten bij het verlaten van het kantoorgebouw. Ook mentaal. Gelukkig! Voor het bijberoep is dat iets moeilijker. Aangezien dat nog in zijn kinderschoenen staat en mijn leven nu zo veranderd is met de komst van baby 2, is het moeilijker om dat van de privé gescheiden te houden. Ik vind het moeilijk om achter mijn bureau te kruipen als ons huis een puinhoop is. Dan is er geen rust in mijn hoofd. Met de komst van een poetsvrouw binnenkort komt dat (hopelijk) deels in orde.
  3. Welke klusjes in het huishouden heb je opgegeven of laat je als eerste vallen?
    De strijk wordt bijna altijd overgenomen door mijn mama. Als zij op maandag komt babysitten, jaagt ze er een volledige lading strijk door wanneer de kids in bed liggen. Dit vind ik echter niet het meest vervelende klusje. Als ik de fut nog vind, doe ik dat graag zelf ’s avonds voor de tv of zo. De boodschappen doe ik via Collect&Go, wat ook al veel tijd uitspaart. We proberen elke avond de afwas te doen. Dat lukt niet altijd. Zeker niet als je met een krijsende Warre op je arm loopt van 19u tot 21u. Daarna begin je echt niet meer aan de afwas. Dat kan ik je garanderen. En doe je dat toch, chapeau. R-E-S-P-E-C-T!
    Ik heb nu mijn eerste dienstencheques aangevraagd en ga op jacht naar een goede poetsvrouw die om de twee weken mijn huis eens een paar uur onder handen neemt (uitkuisen van het doucheputteke komt met stip op één! 😉). Tips voor goede poetsvrouwen regio Anzegem zijn trouwens altijd welkom!
  4. Wanneer was de laatste keer me-time en wat heb je toen gedaan?
    Afgelopen weekend waren we op familieweekend. Dan konden wij de kinderen even overlaten aan de goede zorgen van tante en grootouders, waardoor ik (samen met het lief) kon genieten van het zwembad, de sauna en jacuzzi aan ons vakantiehuis. Deugd dat dat deed! Toen we op Paasmaandag naar huis kwamen, heb ik het me – nadat ik 4 ladingen was had gedraaid – ook gepermitteerd om een uurtje voor mezelf te nemen en in bad te gaan. Opnieuw: deugd dat dat deed!
  5. Heb je weleens een date night en wat doen jullie dan?
    Met de komst van Sep hadden we afgesproken om maandelijks een date night te houden. Dat hielden we niet goed vol. Ook nu lukt het ons nog niet om op een vast tijdstip date night te houden. Meestal zeggen we gewoon op een bepaald moment tegen elkaar: “we moeten nog eens op date he, ’t is alweer veel te lang geleden.” En dan reserveren we een restaurantje, bellen we de grootouders en gaan we een paar uurtjes op stap met ons tweetjes. Ook een concertje meepikken doen we graag. Maar tegenwoordig val ik al om van de slaap nog voor het voorprogramma gedaan is…
  6. Hoe vaak zie je je vriend(inn)en en wat doen jullie dan?
    Ik zie mijn vriendinnen veel te weinig. Gelukkig bestaat er WhatsApp om tussen de dates door contact te houden. Ik heb een paar goede vriendinnen met wie ik af en toe eens afspreek voor een lunch/brunch of koffie date. Of we spreken af bij iemand thuis, samen met de wederhelften. Dat komt ervan als iedereen bezig is met drukke jobs, huizen verbouwen en kindjes kopen. Dat zal zich wel weer stabiliseren, denk ik. Hoop ik.
  7. Heb je veel contact met je familie?
    Ik zie mijn ouders meerdere keren per week. Op maandag gaan de kinderen bij mijn ouders in plaats van naar de crèche. Daarnaast spring ik geregeld nog eens binnen na het werk. Ik zie hen dus vaak. Mijn zus hoor ik ook vaak, maar zie ik wat minder. Wegens haar drukke job en het feit dat ze in het “verre” Gent woont. Thank God voor WhatsApp (alweer)! Met haar deel ik bijna alles. Openheid en (ongecensureerde) eerlijkheid, zo moet de band tussen zussen zijn. Ik kon geen betere meter kiezen voor mijn kindjes.
    Ook met de grote familie aan moederszijde spreken we vaak af. Voor mijn oma is het niet normaal als ze mij 3 weken niet gehoord heeft, dan belt ze eens om te horen hoe het met ons is en wanneer we nog eens op bezoek komen 🙂 Met Pasen hebben we ons jaarlijks familieweekend. Maar elke gelegenheid is goed genoeg voor mijn oma om ons allen te verzamelen voor zelfgebakken taarten of een bbq in de tuin . Ah, over mijn familie zou ik een hele aparte post kunnen schrijven 🙂
    Mijn lief zijn familie zien we iets minder, maar ook daar is WhatsApp een goede oplossing om de tijd tussendoor op te vullen. Ik ben wel blij dat ik goed overeenkom met mijn schoonzussen en -ouders. En dat mijn ouders en mijn schoonouders goed overeenkomen. Dat is toch belangrijk als je op het punt staat te trouwen, vind ik…
  8. Waaraan kan je als eerste zien dat er eigenlijk veel meer uren in een dag moeten zitten? Oftewel: hoe zien jouw prioriteiten eruit?
    Als het me allemaal weer eens teveel wordt of de vermoeidheid van de gebroken nachten speelt me parten, dan moet het huishouden er als eerste aan geloven. De afwas blijft staan. Na enkele dagen kan je met de kruimels onder de tafel nog een heel gezin voeden. De strijk stapelt zich op. Maar de kinderen zijn altijd gevoed en gewassen. Mijn prioriteiten liggen dus sowieso bij de kinderen. En bij mijn eten. Ik word echt ambetant als het mij niet lukt om voor een deftig avondmaal te zorgen voor mij en mijn lief. Als ik de tijd of de moed niet heb om te koken, dan heb ik “gefaald” als huismoeder. Dan heb ik geen rust in mijn hoofd. Dan kan ik mezelf geen Superwoman noemen. Een Superwoman steekt geen pizza in de oven, maar zorgt voor verse, gezonde maaltijden. In mijn hoofd. (ik projecteer dit enkel op mezelf hé! ik heb me absoluut niet te moeien in de eetgewoontes van anderen en doe dat ook niet)

  9. Doe jij je soms wel eens beter voor dan in werkelijkheid?
    Ja. In die zin dat ik zoveel mogelijk probeer mijn gemoedstoestand mijn dagelijkse leven niet te laten beïnvloeden. Op het werk moet ik mijn werk doen. Daar heeft niemand er boodschap aan dat ik vermoeid ben omdat ik weer amper 3 uur geslapen heb. Of dat ik ambetant loop omdat mijn huishouden een boeltje is. Ik wil niemand lastigvallen met mijn “miserie”, dus ik houd die voor mezelf, zet mijn glimlach op (of mijn neutrale gezicht als een glimlach er niet af kan) en doe wat ik moet doen. Ook als collega’s met wie ik niet echt een speciale band heb vragen naar Warre, dan antwoord ik steevast: “goed ze! Hij eet goed en groeit goed! Meer moet dat niet zijn he”. Eerlijk, al de rest interesseert hen toch niet? Voor hen is het enkel belangrijk dat ik hun project kan afwerken. Ik verdraai de feiten niet, ik deel ze gewoon ook niet 🙂
    Maar dat geldt enkel voor het werk. Deze blog is gebaseerd op eerlijk zijn en tonen dat het moederschap niet alleen (maar natuurlijk soms absoluut wél) uit zeemzoete glossy-magazine-foto’s bestaat. Het zou een beetje contradictorisch zijn als ik me op sociale media, op deze blog of tegen vrienden en familie beter zou voordoen dan ik ben. Ik zou dat trouwens ook niet kunnen volhouden.
  10. Welke tips heb je voor andere moeders?
    Ik ben altijd iemand geweest die doet wat ik denk dat er van me verwacht wordt (door mezelf, mijn ouders, leerkrachten, maatschappij…). Op elk vlak en ook in het moederschap. Dat heeft me al meer paniekaanvallen bezorgd dan gezond voor me is. Mede dankzij deze blog en de (online) community van eerlijke moeders begin ik steeds meer te beseffen dat je moet doen waar je je zélf goed bij voelt. Ze noemen het niet voor niets “moederinstinct” he! Mijn kindjes zijn een goede graadmeter: als zij gelukkig zijn, dan ben ik ook gelukkig en dan weet ik dat ik goed bezig ben!
  11. Waarvan vraag jij je weleens af hoe andere moeders dat aanpakken?
    Alles! Bij veel dingen die ik doe, vraag ik me soms af: “hoe zouden andere moeders dat doen?” Vooral uit interesse, niet omdat ik gefrustreerd ben over de manier waarop ik het doe of zo. Nu gaat het bijvoorbeeld over de zindelijkheidstraining van Sep. Hij doet dat op zijn gemak. We jagen hem daar ook niet in op, als hij zich nog veilig voelt in een pamper af en toe. En eerlijk gezegd doen we het soms ook uit gemakzucht hoor (op familieweekend 2 ongelukjes op één namiddag is niet ideaal…). Maar dan zie ik ouders bij wie het kind op 2 weken zindelijk is en dan vraag ik me weleens af hoe zij dat gedaan hebben en of zo een aanpak ook bij Sep zou werken. Maar dan doen we eigenlijk toch weer verder met onze eigen methode, haha 🙂 

Voilà, there you have it. Hoe ik alle ballen in de lucht probeer te houden. Ik ga niemand taggen, maar ik zou het wel tof vinden als er iemand zich geïnspireerd voelt door deze vragenlijst. Laat het zeker weten in de comments, dan kom ik eens meelezen!

Over doodnormale zorgenkindjes en overbezorgde moeders

Ik heb twee zorgenkindjes. Of beter gezegd: ik heb zorgen over mijn twee kindjes.
Niet dat ze ernstige ziektes hebben of zo. Ze eten goed, groeien goed en ontwikkelen zich volgens het boekje. Maar toch. Ik heb zorgen over mijn twee kindjes.

Kindje 1, Sep: over de pasgeboren Sep had ik geen zorgen. Het kind blaakte van gezondheid en geluk. Hij was rustig en nooit ziek. Alleen zijn navelbreuk zou ooit eens moeten geopereerd worden als ze niet vanzelf genas, maar soit, zorgen voor later.
Toen kreeg hij de windpokken. En een oorontsteking. En bronchitis. En nog een oorontsteking. En nog één. En nog eens een luchtwegeninfectie.
De buisjes in de oren maakten gelukkig een einde aan de oorontstekingen. Maar niet aan de gevoelige luchtwegen.
Zijn eerste hardgekookte eitje bezorgde hem zijn eerste allergische reactie en zijn eerste trip naar het ziekenhuis voor een bloedtest.
Zijn eerste boterham met Nutella, een paar weken geleden, bezorgde hem zijn tweede allergische reactie. Nog een bloedtest. Jep: allergisch aan ei, hazel-(en waarschijnlijk ook andere)noten en huisstofmijt. Tripje naar de apotheek: EpiPen in tweevoud. Nog nooit las ik een bijsluiter zo nauwkeurig!
Zal ik hem ooit met een gerust hart bij een vriendje laten gaan spelen of op kamp laten gaan? Wat als hij daar koekjes krijgt met hazelnoten of chocolade-eitjes met praliné vulling? Nu zal hij altijd dàt kind zijn. Het kind dat moet zeggen dat hij dat en dat en dat niet mag eten. Nu zal ik altijd zorgen hebben. Allez, ik ben bang dat ik altijd zorgen zal hebben. (ben je nog mee?)

 

IMG_6822

Alweer een accessoire erbij om mijn grote mama-handtas mee te vullen…

 

Kindje 2 dan, Warre: bij hem was het anders dan bij zijn broer. Hij kende een niet zo goede start. Elf weken lang zaten we met onze handen in het haar bij de eindeloze krijsbuien (sorry, maar huilen kon je het bij momenten met de grootste wil ter wereld niet meer noemen). Ik ging op koemelkeiwitdieet. Hij ging aan de maagzuurneutraliserende medicatie.
De hypothese van koemelkeiwitallergie leek mij steeds onwaarschijnlijker, want ik zag geen verandering in de krampen. De medicatie hielp wel tegen de pijn van de reflux. Dat verschil zagen we wel. Verder onderzoeken dan maar. Er werden stalen van Warre’s bloed en andere lichaamssappen afgenomen en onder de microscoop bekeken. Op de echo van zijn buikje zag je veel lucht, maar verder niets speciaals.
Ik hoopte dat ze iets zouden vinden. Eender wat. Maar iets dat we konden behandelen. Dan konden we zijn pijn en het huilen laten ophouden.
Nope. Alles normaal.
Mijn gedachtengang op dat moment: “Er scheelt niets met ons kind. Ik ben gewoon te vermoeid om tegen een huilende baby te kunnen. Want ja, “alle baby’s huilen en ze kunnen niet zeggen waarom, hé!” (serieus, die zin bezorgt me ondertussen ook al het vliegend schijt – pardon my French) Zal het dan blijven zoals het nu is? Of beeldde ik het me allemaal maar in en was het eigenlijk toch niet zo erg als ik het aanvoelde?”

Neen, het was geen verbeelding. Warre had het lastig de eerste 11 weken van zijn leven. Dat is nu nog meer duidelijk. Nu hij het de laatste 3 dagen enkel op een krijsen zette als hij te lang op zijn eten moest wachten of in de maxi cosi moest. Dag en nacht verschil. Ook het lief en mijn mama zeggen dat hij precies een ander kind is. Hij is gelukkig! Hij lacht en speelt zodanig veel dat de opslagruimte van mijn gsm vol staat door de filmpjes en foto’s.  Sep is ook rustiger nu de baby minder huilt. Wij zijn rustiger. We moeten geen kilometers meer afleggen rond de tafel met een baby op de arm.
Het is alsof hij zelf van de dokter moest horen dat er niets mis was. Zijn lichaampje was zich gewoon nog “aan het zetten”. Zijn darmen en maag moesten nog “rijpen”. Hij moest er nog “uit groeien”.
Wat het ook is, het is blijkbaar voorbij.

IMG_6783

Jep, hij kan happy zijn én hij sliep zelfs al eens een nachtje door! Dan zijn wij ook heel happy! 🙂 

Nu ja, zo lijkt het toch.

 

Wij geloven het nog niet helemaal. Hoewel we echt blij zijn dat Warre zich duidelijk beter voelt, blijven we toch sceptisch. In ons hoofd kan hij vanavond weer twee uur liggen krijsen tot hij doodvermoeid in slaap valt op mijn arm. Of ontdekken we over enkele maanden dat hij net als zijn broer buisjes nodig heeft om van eeuwige oorontstekingen af te geraken. Of moet hij ook geopereerd worden aan zijn navelbreukje (jep, it runs in the family…). Of blijkt hij over een jaar ook allergisch te zijn aan de helft van mijn voorraadkast.

Of hij blijft gewoon rustig voortdoen zoals hij bezig is: goed eten, goed groeien en gelukkig wezen. Geen zorgen meer.

We hopen op het beste, ik bereid me voor op het ergste.

Superwoman playing the waiting game … again …

“Je bent zeker dat we in eerste instantie gewoon een natuurlijke, spontane bevalling willen afwachten, hé?”

Zeker vijf keer stelde de gynaecologe mij die vraag op mijn laatste afspraak bij haar. Op 5 januari. Dat was 3 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum.

Het lief en ik zijn gedecideerd. We blijven hopen op een “gewone” bevalling. De weeën die opkomen en erger worden. Oma bellen om Sep op te halen. Naar het ziekenhuis rijden. En bevallen in een verloskamer. Niet in een operatiekwartier.

Uiteraard hebben we een plan b. Maar we blijven eerst nog even afwachten. Tot de deadline die de gynaecologe vooropgesteld heeft. En in tussentijd om de 2 dagen aan de monitor.

Voor een notoire controlefreak/planner/overdenker is dit afwachten een echte kwelling!
Elke dag zonder wee is een dag dichter bij de poging tot inductie. En als ik daaraan denk, denk ik meteen aan een mislukte inductie en een keizersnede die zich opdringt. En aan een epidurale die niet werkt. En aan alweer een kind krijgen zonder “zelf te bevallen”.

Elke dag van wachten is een mentale marteling. Ik hou mezelf bezig met het uitkuisen van kasten. Mijn wasmand was nog nooit zo leeg. Ik heb in het afgelopen halfjaar niet zoveel zelf gestreken als in de afgelopen week. Mijn huis ligt er netjes bij. De reeks onbekeken films op mijn digibox is al een pak korter. Mijn middagdutjes duren soms twee uur.
Het lief gaat nog elke dag werken. Maar ook hij past zijn planning aan in functie van “wat als ze belt”.

img_5971

Elke keer als je naar het ziekenhuis gaat voor de monitor, is er een kleine hoop. Je weet perfect dat er niets is om op te hopen als je zelf nog niets voelt, maar toch. Je hoopt dat ze bij het inwendig onderzoek toch merken dat je al een paar centimeter ontsluiting hebt. Of dat de weeën toch plots opkomen.
Je weet dat je eigenlijk niet moet mag hopen. En toch doen we het blijkbaar wel. Want na elke monitorsessie ben ik (en het lief ook op de dagen dat hij meegaat) teleurgesteld. De rest van de namiddag ben ik niet te genieten.

Zelfs Sep moet het ontgelden. Ik ben minder geïnteresseerd in zijn enthousiasme als hij een puzzel maakt. Ik ben sneller geïrriteerd als hij een driftbui heeft. Ik ben allesbehalve de ideale mama. En dat op een moment dat hij mij juist meer nodig heeft. Want het mannetje voelt écht aan dat er iets aan het veranderen is. Hij vraagt nu zoveel naar mij. Naar een “dikke zjoen” of een knuffel. Ik geniet wel van zijn knuffels. Ze doen ons beiden goed.

Ook op je relatie zet dit behoorlijk wat druk. Je kent dat wel, “the elephant in the room”… Als je beiden down loopt, is dat ook niet echt bevorderlijk voor de sfeer. Niet dat we veel ruziën, integendeel. Er is net minder communicatie. Je wil het onderwerp ontwijken, want het zorgt alleen maar voor stress. In mijn leven is er verder echter niets noemenswaardig aan de gang, dus andere onderwerpen vinden is moeilijk. We weten en zeggen wel dat ook dit voorbijgaat en dat we dit samen kunnen doorstaan. We hebben het al eens gedaan. We kunnen dit. En het geschenk dat we sowieso gaan krijgen, is een motivator.

Maar toch… Het is lastiger dan je zou denken. Het put je mentaal uit.

En toch… toch wil ik afwachten. Toch wil ik niet meteen overgaan tot inleiding of keizersnede. Zo moet ik me niet de rest van mijn leven afvragen: “wat als we toch gewacht hadden? Was hij dan vanzelf gekomen en had ik dan toch eens een échte bevalling meegemaakt?”

Een tweede kindje op komst: twijfels en vragen

Bij een tweede zwangerschap komt er ook een heel nieuwe reeks twijfels en vragen kijken. Hoewel je – zoals bij een eerste zwangerschap – vooral hoopt op een gezond kindje, zijn er toch enkele zaken waar je de eerste keer niet aan hoefde te denken.

Zo is er de vraag die over elke moeders lippen rolt: “zal ik mijn tweede kind even graag zien als mijn eerste?”
Je hart liep over van liefde toen je jouw eerste kindje in je armen nam. Zoals verwacht/gehoopt. Maar zal jouw hart nog wel plaats hebben voor een tweede kindje? Of een derde? Die vraag wordt door ervaringsdeskundigen steevast met “ja, natuurlijk!” beantwoord. Dus ja, ik begin dat wel te geloven. Ik heb er wel alle vertrouwen in dat mijn hart groot genoeg is voor twee Superkids. 

Een tweede vraag die onlangs in mijn brein opdoemde, lag in het verlengde hiervan. “Zal ik genoeg – en evenveel – tijd en aandacht aan beiden kunnen besteden?”
Eén kindje lukt perfect. Tijdens je moederschapsrust ben je 24/24 met hem/haar bezig. Je kan het kind je volle aandacht geven. Je bent erbij om elk klein lachje, elk schattig momentje op foto vast te leggen. Zelfs wanneer je terug aan het werk gaat, besteed je jouw vrije tijd enkel aan dat ene kind. Je kan de ontwikkeling van je baby tot peuter op de voet volgen.

img_5259

Een zeldzame zwangere-buikfoto. Op een avond. Nog snel voor ik naar bed ging. Op 26 weken.

Nu kan ik zelfs de ontwikkeling van mijn zwangerschap niet altijd even goed opvolgen als de eerste keer. We moeten nu bijvoorbeeld écht wel beginnen aan het ontwerp van de geboortekaartjes, maar altijd komt er wel iets tussen. Bij mijn eerste zwangerschap stond ik op dit moment de kinderkamer te verven. Nu is er een grotere kans dat het kind in onze kamer zal belanden tijdens zijn eerste levensmaanden.
Met een af en toe jengelende peuter aan mijn rokken, heb ik niet altijd de kans om ten volle te genieten van mijn zwangerschap en loop ik vaker gestresseerd. En dat terwijl ik er echt van overtuigd ben dat de gemoedstoestand van de moeder tijdens de zwangerschap een invloed heeft op het kind…

Dat zal dus ook zo zijn eens het kindje er is: een opgroeiende peuter die (véél) aandacht nodig heeft en een pasgeboren baby die ik toch de aandacht niet kan ontzeggen die ik twee jaar geleden aan kind 1 gaf. Als kind 2 net als Sep een rustig kind en een goede slaper is, dan zal het verdelen van de aandacht waarschijnlijk nog meevallen. Maar wat als kind 2 een moeilijke start kent? Wat als hij meer aandacht opeist door problemen die hij heeft? Dan zullen we Sep misschien wat verwaarlozen? Dat kan je een peuter in volle ontwikkeling toch niet aandoen?

Hoe vind je dat evenwicht? Ik kan moeilijk geloven dat zoiets automatisch komt, je zal eraan moeten werken, toch? Go with the flow? Of rolling with the punches? Tips zijn alvast meer dan welkom! 

Knutselweekend

Een tijdje geleden heeft onze zoon de bordverf-keukendeur ontdekt en de vele mogelijkheden die deze biedt in combinatie met een krijtje.

img_4981

De zon moest papa tekenen als voorbeeld. Sep zijn imitatie is prachtig!

“Teke doen” was voor ons de hint om de man een krijtje te geven en hem zich 5 minuten te laten uitleven op de deur.

Enige probleem was dat zijn tekeningen soms al eens wat grotere proporties durfden aan te nemen, waardoor er geen plaats meer was voor onze boodschappenlijst.

Tijd om een oplossing te vinden dus!

Toeval wil nu dat er in onze garage nog een Ikea-tafeltje op overschot stond, met daarnaast een restje van de bordverf. De som was snel gemaakt. Drie lagen verf later kreeg onze zoon zijn eigen tafeltje waarop hij kan knutselen en tekenen zoveel als hij wil. Zowel met krijtjes op de tafel zelf als met potloden in een boekje (al moet hij nog een beetje oefenen op dat onderscheid).

Onze man is alvast fan. En ik ben blij dat ik op zo een simpel (en gratis!) idee kwam! Het extra stof neem ik neemt onze Zulma er graag bij.

img_5226

18 maanden Sepliefde

18 maanden. Anderhalf jaar. 547 dagen (+6 bij publicatie van deze post). Zo oud is onze zoon nu.
Van baby is allang geen sprake meer en het lijkt wel alsof hij dat zelf ook beseft.

Ik heb het afgelopen weekend met grote ogen gekeken naar de sprongen die hij in één nacht tijd lijkt gemaakt te hebben. (Of had ik nu pas de tijd om het op te merken?)

Sep zijn woordenschat gaat met rasse schreden vooruit. Alles wat je zegt, herhaalt hij met een brede glimlach. Liefst dan nog de woorden die ons per ongeluk ontsnappen en eigenlijk niet voor herhaling bedoeld waren. Geen vloeken, maar wel uitroepen als amai of oei of stinkie. Gelukkig rollen ook normale woorden als water, boek, koek, banaan, appel en de halve dierentuin vlotjes over zijn lippen. Alleen een hond blijft hij hardnekkig woef noemen.
Als we het hebben over een kaka pamper, herhaalt hij dat met een grote grijns: kaka papa! En hilarisch dat dat is!

Dit weekend kwamen daar plots ook de fameuze “tweewoordzinnen” bij! Als hij tegenpruttelt bij het slapengaan, dan vertellen we dat Bumba en de hond en de poes ook allemaal al slapen. Dan herhaalt hij ontelbare keren woef lape, poes lape, Bumba lape. Of soms natuurlijk ook een mama lape. 

Niet alleen verbaal is hij een echte spons, maar ook onze acties doet hij met veel plezier na. Zijn meter leerde hem vrijdag nog santé doen. Het filmpje is hilarisch en hij rolt zelf ook over de grond van het lachen elke keer hij het doet. Uit respect voor de privacy van de meter, deel ik het filmpje echter niet met jullie. Sorry. Al kan je je er waarschijnlijk zo ook wel iets bij voorstellen.

Daarnaast is Sep ook zot van koken en alles wat met de keuken te maken heeft. Als ik achter het fornuis sta, komt hij aan mijn benen hangen en moet ik hem op het aanrecht zetten om te helpen. Mijn mama en papa hebben ons oude keukentje van onder het stof gehaald en dat is momenteel het geliefkoosde speelgoed van onze peuter.

Naast potten en pannen, heeft Sep ook een voorliefde voor stenen. En dan vooral voor het opruimen van ‘verdwaalde’ stenen. Als hij een steen ziet die niet op zijn plaats ligt, dan moet alles wijken en is hij pas terug onder ons als die steen terug bij de andere stenen ligt. Hij houdt er ook van om de mooiste en grootste steen uit te zoeken en die overal mee te nemen. Om hem dan ergens in huis achter te laten, zodat mama er haar teen aan kan stoten…


Helaas is niet elke sprong even aangenaam of schattig om te zien. Het mannetje worstelt met zijn emoties. Met het ontdekken van die emoties. Met het kanaliseren van die emoties. Hij is over het algemeen een heel lieve, schattige en goedlachse peuter. Maar als iets niet naar zijn zin is, dan slaat de hysterie toe. Wenen, krijsen, aan de mama hangen, aan de oma hangen als mama niet toegeeft, op de grond gaan liggen, zich achterover gooien…
Negeren is – hoe moeilijk dat ook is – hier precies de beste oplossing in ons geval. Uiteindelijk geraakt hij het beu of is hij afgeleid door iets anders.

Het is toch heel wat, zo een opgroeiende peuter. Heel wat meer werk dan een baby. Heel wat meer zorgen. Maar ook heel wat meer interactie. En heel wat meer grappige momenten. En een liefde die maar blijft groeien!