De ochtendspits

De ochtendspits door de ogen van mijn 2,5-jarige. Want ik denk dat hij dat toch net iets anders bekijkt dan zijn mama.

5u45: Ik ben wakker, best mijn mama laten weten.
“Mamaaaaa, ik ben wakkej!”
Hup, uit bed.
Eens kijken of broertje al wakker is. Anders maak ik hem wel wakker.

“Kom Sep, we gaan naar beneden. We gaan eten.”
Neenee, ik ga eerst nog al mijn boekjes eens bekijken.
Of is er op Warre’s kamer interessanter speelgoed te vinden? Eens gaan kijken.

“Sep, komaan, we gaan eten.”
Oké dan, ik krijg toch wel een beetje honger.
Oei, mama heeft Warre in haar handen. Mij kan ze dus niet dragen. Ik zal zelf moeten stappen op de trap. Oké, dat kan ik wel al, maar het is toch plezanter als mama mij draagt. Dat gaat sneller. Misschien kan mama wel nog mijn boekje dragen. En mijn tractor. En mijn konijn.

Woaaaah, ik was vergeten hoeveel speelgoed ik beneden heb! Oooh! Mijn autootjes! En mijn puzzels! Oeh! Een rammelaar van Warre!

“Sep, jouw melk en boterham staan op tafel. Kom je erbij zitten?”

IMG_5490

“Nèèèèh!” Waarom moet ik toch eten ’s morgens? Laat mij gewoon spelen. Jij mag die boterham zelf opeten! Die fles melk neem ik wel mee.

“Kom Sep, het is tijd om onze tanden te gaan poetsen.”

Hmm, nu heb ik precies toch een hongerke.
“Ik wil nog een boterham! En een yoghurt!”

IMG_7329

6u30: “Kom Sep, nu moeten we ons echt gaan wassen en aankleden! Je mag boven nog wat spelen terwijl mama zichzelf en Warre aankleedt.”

Oké, maar dan moet ik wel mijn boekje en mijn tractors meenemen naar boven. Allezja, mama moet die meenemen. Ze heeft toch nog een hand vrij.

“Kom, we gaan samen onze tanden poetsen!”
Pfff, ik wil nog wat met broertje op zijn speelmat spelen. Laat die moeder van mij maar doen.

“Komaan Sep, tanden poetsen! Mama is al klaar hoor!”
“Nèèèèh! Zie je niet dat ik bezig ben? Ik moet dat kussen bij broertje leggen. En dat boekje. En die pop.”

IMG_7204

Zie je wel, als ik lang genoeg wacht, komt mama me zelf wel halen.
Allez, als het echt moet, zal ik die tandenborstel wel even in mijn mond steken. Mmm, best wel lekker eigenlijk, die tandpasta. “Nog tandpasta!” Nog een beetje bewegen met die borstel in mijn mond. Voilà, klaar!
Serieus mens, ik zei toch dat ik klaar ben! Geloof je mij niet op mijn woord misschien? Wat je zelf doet, doe je beter? Echt, controlefreak, die moeder van mij!

Kleren aandoen. Yeah, tijd voor mama haar cardio! En hup, we rollen naar rechts. En terug naar links. Hahaaa, even haar buikspieren testen! Hihi, pak me dan, als je kan! Misschien toch mijn onderbroek omhoog, loopt net iets gemakkelijker…
“Neeeee, ik wil niet die t-shirt!”
“Nee, ik wil geen broek aandoen!” Ik ga wel in mijn blote billen naar de crèche. De genen van mijn papa gaven mij een mooie kont, dat mag toch gezien worden zeker!

7u15: Weer naar beneden. Zeg moeder, je moet weten wat je wil hé!
Amai, Warre ligt al in zijn maxi-cosi. Nog even broertje een zoen geven.
Nog een beetje spelen.

Jas aan? Waarom? Schoenen aan? Waarom?
Waarom kan ik niet gewoon thuisblijven?

7u30: “Oké, dan ben ik zonder jou weg. Daag, Sep!”

Neenee, wacht! Ik ga toch mee!

 

 

 

Alle ballen in de lucht houden

Ik kreeg een stokje toegeworpen van Evi en het leek me wel leuk om eens te antwoorden op enkele vragen over hoe ik alle ballen in de lucht houd. Allez, die ballen liggen tegenwoordig vaker op de grond dan dat ze in de lucht hangen, maar kom, ik doe mijn best!

  1. Wat is bij jullie de verdeling van taken als het gaat om kinderen, huishouden etc….
    Doordat ik vaker thuis ben met de kinderen, ben ik logischerwijs meer verantwoordelijk voor hun welbehagen. Maar als het lief op tijd thuis is, neemt hij die taken graag van mij over of steekt hij Sep in bed terwijl ik Warre voed en ons eigen avondmaal bereid. Het is teamwork en we verdelen de taken à la minute. Wij hebben niet echt een vaste taakverdeling opgesteld, al komen we door de omstandigheden wel een beetje in de klassieke rolpatronen terecht wat het huishouden betreft. Ik zorg voor het eten, de was en de kuis. Het lief zorgt voor de tuin, zet de vuilniszakken buiten en neemt de meer technische klusjes voor zijn rekening.
  2. Hoe zorg je dat werk en privé gescheiden blijven?
    Ik kan mijn werk relatief gemakkelijk achter mij laten bij het verlaten van het kantoorgebouw. Ook mentaal. Gelukkig! Voor het bijberoep is dat iets moeilijker. Aangezien dat nog in zijn kinderschoenen staat en mijn leven nu zo veranderd is met de komst van baby 2, is het moeilijker om dat van de privé gescheiden te houden. Ik vind het moeilijk om achter mijn bureau te kruipen als ons huis een puinhoop is. Dan is er geen rust in mijn hoofd. Met de komst van een poetsvrouw binnenkort komt dat (hopelijk) deels in orde.
  3. Welke klusjes in het huishouden heb je opgegeven of laat je als eerste vallen?
    De strijk wordt bijna altijd overgenomen door mijn mama. Als zij op maandag komt babysitten, jaagt ze er een volledige lading strijk door wanneer de kids in bed liggen. Dit vind ik echter niet het meest vervelende klusje. Als ik de fut nog vind, doe ik dat graag zelf ’s avonds voor de tv of zo. De boodschappen doe ik via Collect&Go, wat ook al veel tijd uitspaart. We proberen elke avond de afwas te doen. Dat lukt niet altijd. Zeker niet als je met een krijsende Warre op je arm loopt van 19u tot 21u. Daarna begin je echt niet meer aan de afwas. Dat kan ik je garanderen. En doe je dat toch, chapeau. R-E-S-P-E-C-T!
    Ik heb nu mijn eerste dienstencheques aangevraagd en ga op jacht naar een goede poetsvrouw die om de twee weken mijn huis eens een paar uur onder handen neemt (uitkuisen van het doucheputteke komt met stip op één! 😉). Tips voor goede poetsvrouwen regio Anzegem zijn trouwens altijd welkom!
  4. Wanneer was de laatste keer me-time en wat heb je toen gedaan?
    Afgelopen weekend waren we op familieweekend. Dan konden wij de kinderen even overlaten aan de goede zorgen van tante en grootouders, waardoor ik (samen met het lief) kon genieten van het zwembad, de sauna en jacuzzi aan ons vakantiehuis. Deugd dat dat deed! Toen we op Paasmaandag naar huis kwamen, heb ik het me – nadat ik 4 ladingen was had gedraaid – ook gepermitteerd om een uurtje voor mezelf te nemen en in bad te gaan. Opnieuw: deugd dat dat deed!
  5. Heb je weleens een date night en wat doen jullie dan?
    Met de komst van Sep hadden we afgesproken om maandelijks een date night te houden. Dat hielden we niet goed vol. Ook nu lukt het ons nog niet om op een vast tijdstip date night te houden. Meestal zeggen we gewoon op een bepaald moment tegen elkaar: “we moeten nog eens op date he, ’t is alweer veel te lang geleden.” En dan reserveren we een restaurantje, bellen we de grootouders en gaan we een paar uurtjes op stap met ons tweetjes. Ook een concertje meepikken doen we graag. Maar tegenwoordig val ik al om van de slaap nog voor het voorprogramma gedaan is…
  6. Hoe vaak zie je je vriend(inn)en en wat doen jullie dan?
    Ik zie mijn vriendinnen veel te weinig. Gelukkig bestaat er WhatsApp om tussen de dates door contact te houden. Ik heb een paar goede vriendinnen met wie ik af en toe eens afspreek voor een lunch/brunch of koffie date. Of we spreken af bij iemand thuis, samen met de wederhelften. Dat komt ervan als iedereen bezig is met drukke jobs, huizen verbouwen en kindjes kopen. Dat zal zich wel weer stabiliseren, denk ik. Hoop ik.
  7. Heb je veel contact met je familie?
    Ik zie mijn ouders meerdere keren per week. Op maandag gaan de kinderen bij mijn ouders in plaats van naar de crèche. Daarnaast spring ik geregeld nog eens binnen na het werk. Ik zie hen dus vaak. Mijn zus hoor ik ook vaak, maar zie ik wat minder. Wegens haar drukke job en het feit dat ze in het “verre” Gent woont. Thank God voor WhatsApp (alweer)! Met haar deel ik bijna alles. Openheid en (ongecensureerde) eerlijkheid, zo moet de band tussen zussen zijn. Ik kon geen betere meter kiezen voor mijn kindjes.
    Ook met de grote familie aan moederszijde spreken we vaak af. Voor mijn oma is het niet normaal als ze mij 3 weken niet gehoord heeft, dan belt ze eens om te horen hoe het met ons is en wanneer we nog eens op bezoek komen 🙂 Met Pasen hebben we ons jaarlijks familieweekend. Maar elke gelegenheid is goed genoeg voor mijn oma om ons allen te verzamelen voor zelfgebakken taarten of een bbq in de tuin . Ah, over mijn familie zou ik een hele aparte post kunnen schrijven 🙂
    Mijn lief zijn familie zien we iets minder, maar ook daar is WhatsApp een goede oplossing om de tijd tussendoor op te vullen. Ik ben wel blij dat ik goed overeenkom met mijn schoonzussen en -ouders. En dat mijn ouders en mijn schoonouders goed overeenkomen. Dat is toch belangrijk als je op het punt staat te trouwen, vind ik…
  8. Waaraan kan je als eerste zien dat er eigenlijk veel meer uren in een dag moeten zitten? Oftewel: hoe zien jouw prioriteiten eruit?
    Als het me allemaal weer eens teveel wordt of de vermoeidheid van de gebroken nachten speelt me parten, dan moet het huishouden er als eerste aan geloven. De afwas blijft staan. Na enkele dagen kan je met de kruimels onder de tafel nog een heel gezin voeden. De strijk stapelt zich op. Maar de kinderen zijn altijd gevoed en gewassen. Mijn prioriteiten liggen dus sowieso bij de kinderen. En bij mijn eten. Ik word echt ambetant als het mij niet lukt om voor een deftig avondmaal te zorgen voor mij en mijn lief. Als ik de tijd of de moed niet heb om te koken, dan heb ik “gefaald” als huismoeder. Dan heb ik geen rust in mijn hoofd. Dan kan ik mezelf geen Superwoman noemen. Een Superwoman steekt geen pizza in de oven, maar zorgt voor verse, gezonde maaltijden. In mijn hoofd. (ik projecteer dit enkel op mezelf hé! ik heb me absoluut niet te moeien in de eetgewoontes van anderen en doe dat ook niet)

  9. Doe jij je soms wel eens beter voor dan in werkelijkheid?
    Ja. In die zin dat ik zoveel mogelijk probeer mijn gemoedstoestand mijn dagelijkse leven niet te laten beïnvloeden. Op het werk moet ik mijn werk doen. Daar heeft niemand er boodschap aan dat ik vermoeid ben omdat ik weer amper 3 uur geslapen heb. Of dat ik ambetant loop omdat mijn huishouden een boeltje is. Ik wil niemand lastigvallen met mijn “miserie”, dus ik houd die voor mezelf, zet mijn glimlach op (of mijn neutrale gezicht als een glimlach er niet af kan) en doe wat ik moet doen. Ook als collega’s met wie ik niet echt een speciale band heb vragen naar Warre, dan antwoord ik steevast: “goed ze! Hij eet goed en groeit goed! Meer moet dat niet zijn he”. Eerlijk, al de rest interesseert hen toch niet? Voor hen is het enkel belangrijk dat ik hun project kan afwerken. Ik verdraai de feiten niet, ik deel ze gewoon ook niet 🙂
    Maar dat geldt enkel voor het werk. Deze blog is gebaseerd op eerlijk zijn en tonen dat het moederschap niet alleen (maar natuurlijk soms absoluut wél) uit zeemzoete glossy-magazine-foto’s bestaat. Het zou een beetje contradictorisch zijn als ik me op sociale media, op deze blog of tegen vrienden en familie beter zou voordoen dan ik ben. Ik zou dat trouwens ook niet kunnen volhouden.
  10. Welke tips heb je voor andere moeders?
    Ik ben altijd iemand geweest die doet wat ik denk dat er van me verwacht wordt (door mezelf, mijn ouders, leerkrachten, maatschappij…). Op elk vlak en ook in het moederschap. Dat heeft me al meer paniekaanvallen bezorgd dan gezond voor me is. Mede dankzij deze blog en de (online) community van eerlijke moeders begin ik steeds meer te beseffen dat je moet doen waar je je zélf goed bij voelt. Ze noemen het niet voor niets “moederinstinct” he! Mijn kindjes zijn een goede graadmeter: als zij gelukkig zijn, dan ben ik ook gelukkig en dan weet ik dat ik goed bezig ben!
  11. Waarvan vraag jij je weleens af hoe andere moeders dat aanpakken?
    Alles! Bij veel dingen die ik doe, vraag ik me soms af: “hoe zouden andere moeders dat doen?” Vooral uit interesse, niet omdat ik gefrustreerd ben over de manier waarop ik het doe of zo. Nu gaat het bijvoorbeeld over de zindelijkheidstraining van Sep. Hij doet dat op zijn gemak. We jagen hem daar ook niet in op, als hij zich nog veilig voelt in een pamper af en toe. En eerlijk gezegd doen we het soms ook uit gemakzucht hoor (op familieweekend 2 ongelukjes op één namiddag is niet ideaal…). Maar dan zie ik ouders bij wie het kind op 2 weken zindelijk is en dan vraag ik me weleens af hoe zij dat gedaan hebben en of zo een aanpak ook bij Sep zou werken. Maar dan doen we eigenlijk toch weer verder met onze eigen methode, haha 🙂 

Voilà, there you have it. Hoe ik alle ballen in de lucht probeer te houden. Ik ga niemand taggen, maar ik zou het wel tof vinden als er iemand zich geïnspireerd voelt door deze vragenlijst. Laat het zeker weten in de comments, dan kom ik eens meelezen!

Over doodnormale zorgenkindjes en overbezorgde moeders

Ik heb twee zorgenkindjes. Of beter gezegd: ik heb zorgen over mijn twee kindjes.
Niet dat ze ernstige ziektes hebben of zo. Ze eten goed, groeien goed en ontwikkelen zich volgens het boekje. Maar toch. Ik heb zorgen over mijn twee kindjes.

Kindje 1, Sep: over de pasgeboren Sep had ik geen zorgen. Het kind blaakte van gezondheid en geluk. Hij was rustig en nooit ziek. Alleen zijn navelbreuk zou ooit eens moeten geopereerd worden als ze niet vanzelf genas, maar soit, zorgen voor later.
Toen kreeg hij de windpokken. En een oorontsteking. En bronchitis. En nog een oorontsteking. En nog één. En nog eens een luchtwegeninfectie.
De buisjes in de oren maakten gelukkig een einde aan de oorontstekingen. Maar niet aan de gevoelige luchtwegen.
Zijn eerste hardgekookte eitje bezorgde hem zijn eerste allergische reactie en zijn eerste trip naar het ziekenhuis voor een bloedtest.
Zijn eerste boterham met Nutella, een paar weken geleden, bezorgde hem zijn tweede allergische reactie. Nog een bloedtest. Jep: allergisch aan ei, hazel-(en waarschijnlijk ook andere)noten en huisstofmijt. Tripje naar de apotheek: EpiPen in tweevoud. Nog nooit las ik een bijsluiter zo nauwkeurig!
Zal ik hem ooit met een gerust hart bij een vriendje laten gaan spelen of op kamp laten gaan? Wat als hij daar koekjes krijgt met hazelnoten of chocolade-eitjes met praliné vulling? Nu zal hij altijd dàt kind zijn. Het kind dat moet zeggen dat hij dat en dat en dat niet mag eten. Nu zal ik altijd zorgen hebben. Allez, ik ben bang dat ik altijd zorgen zal hebben. (ben je nog mee?)

 

IMG_6822

Alweer een accessoire erbij om mijn grote mama-handtas mee te vullen…

 

Kindje 2 dan, Warre: bij hem was het anders dan bij zijn broer. Hij kende een niet zo goede start. Elf weken lang zaten we met onze handen in het haar bij de eindeloze krijsbuien (sorry, maar huilen kon je het bij momenten met de grootste wil ter wereld niet meer noemen). Ik ging op koemelkeiwitdieet. Hij ging aan de maagzuurneutraliserende medicatie.
De hypothese van koemelkeiwitallergie leek mij steeds onwaarschijnlijker, want ik zag geen verandering in de krampen. De medicatie hielp wel tegen de pijn van de reflux. Dat verschil zagen we wel. Verder onderzoeken dan maar. Er werden stalen van Warre’s bloed en andere lichaamssappen afgenomen en onder de microscoop bekeken. Op de echo van zijn buikje zag je veel lucht, maar verder niets speciaals.
Ik hoopte dat ze iets zouden vinden. Eender wat. Maar iets dat we konden behandelen. Dan konden we zijn pijn en het huilen laten ophouden.
Nope. Alles normaal.
Mijn gedachtengang op dat moment: “Er scheelt niets met ons kind. Ik ben gewoon te vermoeid om tegen een huilende baby te kunnen. Want ja, “alle baby’s huilen en ze kunnen niet zeggen waarom, hé!” (serieus, die zin bezorgt me ondertussen ook al het vliegend schijt – pardon my French) Zal het dan blijven zoals het nu is? Of beeldde ik het me allemaal maar in en was het eigenlijk toch niet zo erg als ik het aanvoelde?”

Neen, het was geen verbeelding. Warre had het lastig de eerste 11 weken van zijn leven. Dat is nu nog meer duidelijk. Nu hij het de laatste 3 dagen enkel op een krijsen zette als hij te lang op zijn eten moest wachten of in de maxi cosi moest. Dag en nacht verschil. Ook het lief en mijn mama zeggen dat hij precies een ander kind is. Hij is gelukkig! Hij lacht en speelt zodanig veel dat de opslagruimte van mijn gsm vol staat door de filmpjes en foto’s.  Sep is ook rustiger nu de baby minder huilt. Wij zijn rustiger. We moeten geen kilometers meer afleggen rond de tafel met een baby op de arm.
Het is alsof hij zelf van de dokter moest horen dat er niets mis was. Zijn lichaampje was zich gewoon nog “aan het zetten”. Zijn darmen en maag moesten nog “rijpen”. Hij moest er nog “uit groeien”.
Wat het ook is, het is blijkbaar voorbij.

IMG_6783

Jep, hij kan happy zijn én hij sliep zelfs al eens een nachtje door! Dan zijn wij ook heel happy! 🙂 

Nu ja, zo lijkt het toch.

 

Wij geloven het nog niet helemaal. Hoewel we echt blij zijn dat Warre zich duidelijk beter voelt, blijven we toch sceptisch. In ons hoofd kan hij vanavond weer twee uur liggen krijsen tot hij doodvermoeid in slaap valt op mijn arm. Of ontdekken we over enkele maanden dat hij net als zijn broer buisjes nodig heeft om van eeuwige oorontstekingen af te geraken. Of moet hij ook geopereerd worden aan zijn navelbreukje (jep, it runs in the family…). Of blijkt hij over een jaar ook allergisch te zijn aan de helft van mijn voorraadkast.

Of hij blijft gewoon rustig voortdoen zoals hij bezig is: goed eten, goed groeien en gelukkig wezen. Geen zorgen meer.

We hopen op het beste, ik bereid me voor op het ergste.

At the moment

19 dagen, oftewel bijna 3 weken, is het geleden dat ik hier nog eens iets schreef.
Ik kan me het immense gemis bij jullie, mijn trouwe lezers, amper voorstellen. Mijn oprechte excuses daarvoor! Het is er gewoon nog niet van gekomen. Ik vrees ook dat de schrijfmicrobe momenteel even zoek is, net als mijn slaap trouwens… Beiden komen wel terug, hoor. Die laatste zal de eerste wel meebrengen.

Ondertussen is mijn jongste zoon al een maand oud, rockt de oudste de zindelijkheidstraining en vind ik eindelijk nog eens een minuutje tijd om te bloggen. Het wordt een kleine update van ons leven de afgelopen maand, zo zijn jullie ook weer mee 🙂

Ik lees af en toe een blog, veel te laat na publicatiedatum, waardoor reageren zelfs irrelevant wordt. Verder dan dat en Instagram/Facebook checken op mijn smartphone tijdens het voeden kom ik niet.

Ik slaap veel te weinig. Al moet ik zeggen dat er af en toe wel een goede dag/nacht tussen zit. Ze zeggen dat je als mama moet slapen wanneer je kind slaapt. Allemaal goed en wel, àls je kind slaapt natuurlijk… Wegens hevige krampen zijn er dagen dat baby Warre amper eens een kwartiertje aan een stuk kan slapen. “Gelukkig” is hij tegen ’s avonds dan zodanig uitgeput dat hij wel eens een uur of 2 – 3 doorslaapt. Als je je onderling afvraagt wat de criteria zijn om een baby een “huilbaby” te noemen, dan besef je dat er toch iets niet klopt. Hopelijk vinden we snel een oplossing. Het kindje ziet te erg af (en wij ook een beetje).

img_6270

Zo ziet 80% van mijn dag eruit… Gelukkig gaat dit uitzicht nooit vervelen! 

Ik dieet uit noodzaak. Momenteel zitten we met Warres krampen op de piste van koemelkallergie. Aangezien ik borstvoeding geef, is het niet zo simpel als gewoon een andere melk kopen. Nope, mama moet op dieet: geen koemelk en liefst ook geen – of zo weinig mogelijk – soja. Dat is dus verpakkingen lezen in de winkel, vervangingsproducten zoeken en creatief zijn in de keuken. Want als je eens begint rond te kijken, dan vind je echt overal melk in. In paprikachips, in charcuterie, … Ge houdt het niet voor mogelijk! Ik zou ook gewoon kunnen overschakelen op hypoallergene flesvoeding om het mezelf gemakkelijk te maken, maar dat wil ik niet. Ik ben dus gemotiveerd en ik vind het diëten niet eens zo lastig. Gelukkig zijn er genoeg (zij het veelal duurdere) alternatieven.

We plannen onze bruiloft. Jep, nu de zwangerschap en de bevalling achter de rug zijn, wordt het hoog tijd dat we concrete plannen maken voor ons trouwfeest deze zomer. Het schiet al goed op! We hebben een fotografe! We hebben deze week een afspraak met een traiteur/decorateur. En ik heb mijn kleed gevonden! Absoluut niet in “Say Yes To The Dress” stijl. Geen over-the-top jurken. Geen groot gevolg waarin iedereen zijn mening moet hebben. Geen drama. Geen tranen. Wél champagne 🙂

img_6288

Ik laat los. De controlefreak in mezelf had het er bij Sep moeilijk mee om hulp te vragen. Ik moest en zou het alleen kunnen. Zeker met zo een gemakkelijk kind! Andere vrouwen doen dat toch ook! Nu verwelkom ik echter alle hulp die ik kan krijgen. Ik word meer nerveus van een rommelig huis en een veel te hoge berg strijk dan van het idee dat een ander dit voor mij verhelpt. Het idee van “ik moet dat alleen kunnen” heb ik losgelaten. De controle laat ik – deels – los. Hoe flink van mij! Op maandag helpt mijn mama met de kindjes en het huishouden en op vrijdag geniet ik van 4 uurtjes kraamzorg. Terwijl ik dus met een krijsende baby op mijn arm zit, zorgt de kraamhulp ervoor dat de strijk gedaan is en dat we weer een hele lading soep in de diepvriezer kunnen steken. Tussen de voedingen door past zij op Warre, zodat ik uitgebreid kan douchen. Of slapen! De hemel!

 

img_6279

Lekkere soep van de kraamverzorgende 🙂

We maken tijd voor date-night. Met twee kindjes, waarvan één pasgeboren én met frequente, hevige huilbuien, ga je je gemakkelijk opsluiten in je cocon. Ik merk dat ik gelukkiger ben als ik af en toe even weg kan van tussen die 4 muren. Onze relatie heeft het ook nodig. Het lief werkt opnieuw 6 dagen op 7. Wanneer hij thuiskomt verdelen we de kinderen: hij steekt Sep in bed terwijl ik met Warre op de arm voorkom dat het avondeten aanbrandt. Na de afwas (als we er al zin in hebben) crashen we samen in de zetel. Hij vaak nog met de laptop op zijn schoot voor wat administratie. Ik met kleine oogjes kijkend naar niet al te hoogstaande televisie. Vorige week gingen we er dus op uit naar Brussel. Eten bij Nüetnigenough en daarna concertje van UB40 in de AB. Wat heb je meer nodig dan een overheerlijke stoemp, een lekker biertje en wat chille reggae beats? We waren om 23u30 thuis en compleet uitgeteld, maar het had ons zoveel deugd gedaan!

img_6261

Kitsch in het toilet bij Nüetnigenough. Gotta love this! 

Zoals je ook ziet in mijn Instagramfeed, erg bruisend is mijn leven momenteel niet. Ik probeer te genieten van mijn gezinnetje. Ik breng de dagen door op de zetel, met een baby aan mijn borst of snikkend op mijn arm. Al de rest moet tussendoor gebeuren. Deze post is bijvoorbeeld in 4 keer geschreven en de afwas van gisteren moet maar even wachten.
Het voelt alsof de dagen voorbij vliegen, ook al doe ik bijna niets! Ik kan niet geloven dat ik al aan de helft van mijn moederschapsrust ben. Begin april moet ik mijn kleine mannetje achterlaten in de opvang en ga ik opnieuw aan het werk. Dat kan ik me nu nog niet voorstellen…

 

En toen waren we met vier…

Op dinsdag 10 januari blogde ik over de kwelling van het wachten als je je kindje niet op de “afgesproken” datum op de wereld zet.

Wat ik er niet bij vertelde, was dat ik die ochtend al in het ziekenhuis had gestaan. Ik had de maandagavond weeën gekregen en hoewel ze op dinsdagochtend weer minder erg waren, ging ik toch binnen. De monitor tekende een mooie platte lijn. Niks. Geen weeën. Zelfs geen krampje. Wel een erg beweeglijke baby.

Diezelfde dinsdag, rond 13u30, voelde ik weer lichte weeën opkomen. Deze keer gingen ze mij niet liggen hebben! Ik wachtte af. Ik verwittigde het lief nog niet. De teleurstelling alleen al als het weer vals alarm zou blijken te zijn…

Deze keer verminderden ze echter niet.
Op woensdagochtend brachten we Sep naar de crèche en reden we door naar de materniteit.
Jep, de weeën en de ontsluiting waren op gang gekomen. Nu ja, ik zat aan 2 cm (dat was toch al 2 cm meer dan ik bij Sep ooit gehad heb).
De weeën werden heviger en namen weer af. De vroedvrouwen en gynaecoloog van wacht twijfelden of ze mij terug naar huis zouden sturen of niet.
Rond de middag zaten we aan de volle 3 cm. De weeën werden weer heviger.
Blijven dan maar!

Voor het lief moet dit een saaie dag geweest zijn: een beetje lezen, een beetje door het ziekenhuis wandelen met een lief dat om de 5 minuten stopte om tegen een muur steunend te puffen. De nacht brak aan. Slapen deden we niet. Ik niet door de contracties, hij niet door mijn gepuf.
De vroedvrouwen kregen de opdracht om zeker niets te forceren of “in gang te steken”. Op vraag van de patiënt laten we de natuur haar gang gaan (voor zover medisch verantwoord uiteraard). Mijn gynaecologe heeft echt naar mij geluisterd!

Om 3u begeleidde de vroedvrouw mij naar het relaxatiebad. Hemels! Het warme water. De jets die de pijn toch voor het eerste halfuur hielpen opvangen.
Twee uur later was ik het bad beu. Ik ging nog even wandelen. Dan gaat het misschien wat meer vooruit.

En o ja hoor! Het hielp. Mijn water brak spontaan. Hoe cool is dat! Geen inductie nodig gehad. Boojah!

Tegen 6u ’s morgens kan ik niet meer. Het heeft al te lang geduurd. Ik ben te vermoeid en wie weet hoe lang het nog zal duren. Met een bang hartje vraag ik een epidurale. De anesthesist is verbazend grappig voor iemand die pas uit zijn bed gebeld is, maar ik denk alleen maar: “zorg gewoon da ge goed steekt en dat het werkt!”
“Yes, 6 – 1 voor mij!” vergelijkt de anesthesist zich even later met zijn collega die er zich twee jaar geleden aan waagde. De naald zit juist. Ik voel de warmte die je moet voelen. Ik voel mijn achterste in slaap vallen.
Ik, die zo hard controle wil bewaren over alles, word gelukkig van het feit dat ik niets meer voel en dat mijn linkerbeen zelfs lam is.

Met de verdoving kan ik de komende uren met gemak aan. Het lief en ik kunnen zelfs nog even slapen. Stel je voor!

Ondertussen doet mijn lijf verder wat het moet doen. De weeën worden netjes gemonitord en de laatste 4 cm ontsluiting volgen elkaar relatief snel op.

Rond 10u stelt de vroedvrouw voor dat we eens gaan “oefenen” voor het persen, het kindje is er klaar voor. Ze zet de verdoving af, zodat ik de weeën lichtjes kan beginnen te voelen. Nu ja, het is eerder gokken van “ah, ik denk dat ik precies iets voel, ik zal maar persen”. Dat lukt aardig.

De gynaecoloog wordt erbij gehaald. “Hola, precies al goed bezig, zie ik!”.

10 minuten later ligt onze zoon op mijn borst. Het lief knipt de navelstreng door. Ik voel de traantjes opwellen.

img_5999

De verwondering dat wij dit gedaan hebben is zo groot dat ik mezelf toelaat te aanvaarden dat ik een epidurale vroeg. Ok, het is niet hélemaal gegaan zoals ik het had gewild. Want dan had ik het aangekund zonder verdoving. Maar hej, 36 lange uren na die eerste wee had ik het wel gehad… En hej, ik heb dat wezentje wel nog altijd zélf uit mijn lijf geduwd! Ik heb mijn zoon zien geboren worden. Ik heb geen twee uur moeten wachten om een proper gewassen kind in mijn handen te krijgen. Ik kreeg een slijmerig, gerimpeld, huilend wezentje aangereikt dat nog met zijn levenslijn aan mij vast hing.

Dat gevoel van trots en gelukzaligheid overvalt mij ook nu – 16 dagen later – nog af en toe als ik met mijn jongste spruit op mijn borst in de zetel lig.

Warre is er. We did it!

Twee jaar Sepliefde

dsc_1163-1

Al twee jaar ben je onze grote schattebol.

Al twee jaar ben je onze dikke vriend.

Al twee jaar lopen we over van trots bij elke stap die je zet.

Al twee jaar stel je ons geduld bij momenten serieus op de proef.

Al twee jaar van harten in duizend stukjes wanneer je huilt door pijn of ziekte.

Al twee jaar van “zo ne flinken!”

Al twee jaar van “die ogen!”

Al twee jaar die lach die ieder hart verovert.

Al twee jaar van twijfels over onze keuzes in jouw opvoeding.

Al twee jaar van bevestiging van jou dat we het toch niet zo slecht doen.

Al twee jaar van groeien: jij, maar ook wij.

Al twee jaar ben jij het middelpunt van de belangstelling in ons huis.

Al twee jaar zijn we zielsgelukkig dat jij in ons leven kwam.

Al twee jaar staan jouw papa en ik ervan versteld dat wij dit wondertje hebben gemaakt!

Al twee jaar niets dan grote liefde voor onze Sep.

Dat mag wel eens gevierd worden! 🙂

sep084

Fotocredit: Myra Fotografie

De 10 geboden van de gemiddelde zwangerschap

Bij elke zwangerschap horen geschreven en ongeschreven regels. De adviezen van experts en ervaringsdeskundigen. De meningen van zowat iedereen om je heen. En het belangrijkste: de regeltjes die je jezelf oplegt in je immer malende brein: een combinatie van alle adviezen, meningen én perfecte foto’s die je ziet van stralende mama’s -to-be in alle mogelijke (al dan niet sociale) media.
Hier alvast 10 van die geboden die een aspirant Superwoman zichzelf oplegt…

  1. Gij zult niet klagen. Hebt gij hartkloppingen? Normaal. Hebt gij pijn in bekken en rug of zelfs bekkeninstabiliteit? Normaal. Zijt gij doodmoe? Normaal. Zijt gij kortademig? Normaal. Hebt gij zure oprispingen? Normaal. Zijt gij misselijk? Normaal. Onthoud dat een zwangerschap geen ziekte is. Uw emoties zult gij bedwingen. Gij zijt sterker dan de hormonen. Als men u vraagt hoe het met u gaat, zult gij antwoorden met “heel goed”, “aftellen, hé” of “rond en gezond”. Bij voorkeur gepaard met een zachte Mona Lisa smile en een gelukzalig aaien over het bollend buikje.
  2. Gij zult op een roze wolk door de 9 maanden zweven. Misselijkheid, hormonen, vermoeidheid… het mag allemaal niets wegnemen van het feit dat gij erin geslaagd zijt om zwanger te worden. En dat het kind in uw buik het goed doet volgens alle curves. Houd steeds in het achterhoofd dat zovele anderen minder geluk hebben dan gij. Geniet dus van alles wat de zwangerschap met zich meebrengt. Ja, ook van de dagen dat u boven de porseleinen troon hangt.
  3. Gij zult genieten van elke beweging van uw kind. Ook al vindt zijn forse linkse al te vaak zijn weg naar uw lever of promoveert hij uw blaas tot knijpspeeltje. Gij denkt toch niet dat de knuffels die ge over een jaar zult krijgen van uw kind dit zullen kunnen overtreffen?
  4. Gij zult alles dagelijks opvolgen en goed documenteren in het daartoe bestemde Kind & Gezin zwangerschapsboekje. Ge zult dit later nog vaak ter hand nemen om herinneringen op te halen. Gij zult dit ook nooit verliezen, zodat ge het kunt doorgeven aan uw kind wanneer hij/zij zelf ouder wordt.
  5. Gij zult uw geluk delen op alle sociale media. Dagelijks. Met gestileerde foto’s van de perfectie. En bijpassende overload aan hashtags. #pregnant #pregnancy #babybelly #glowing #blessed

    img_5530

  6. Gij zult altijd en overal gezond blijven eten. Gij zult niet toegeven aan de verleiding en de goestingskes. Uw lijn en uw kind hebben die donut of die frieten niet nodig.
  7. Gij zult zorgen dat ge voor de ingang van de laatste maand klaar zijt met alles. De laatste maand is immers de laatste dag. Dat is algemeen geweten. Kaartje, adressenlijst (bij voorkeur reeds geprint/gestickerd/geschreven op de enveloppen), doopsuiker, kraamvalies, babykamer, cadeau voor meter/peter … Gij moet niets meer last-minute regelen in de laatste maand.
  8. Gij zult veel rusten. Ook al hebt gij al een reeks koters rondlopen. Ook al gaat gij nog werken. Ook al hebt gij een huishouden te runnen. Ook al is goed slapen ’s nachts een even onmogelijke opdracht als wakker blijven overdag. Gij zult uitgerust aan de bevalling beginnen.
  9. Gij zult uw partner niet verwaarlozen. Gij zijt dan wel zelf zwanger, ge zijt samen “in blijde verwachting”. Uw geliefde heeft niet minder nood aan aandacht, liefde, intimiteit … omdat gij misselijk / hormonaal / moe… zijt. Houd daar rekening mee. Hij/zij is niet zwanger, dus hoeft niet te lijden.
  10. Gij zult altijd onthouden dat “de gemiddelde zwangerschap” niet bestaat, zoals “het gemiddelde kind” niet bestaat. Gij zult uw zwangerschap beleven zoals gij die beleeft, niet zoals de maatschappij denkt of vindt dat gij die moet beleven. Geniet van de mooie momenten, maar voel u vooral ook niet schuldig als gij er niets te genieten aan vindt of als gij al eens zondigt tegen één van de geboden.

(En nu nog zélf mijn eigen raad opvolgen…)