Ik zou eigenlijk nog eens …

Ik zou eigenlijk nog eens willen bloggen.

Ik zou eigenlijk mijn kleerkast nog eens willen uitkuisen.

Ik zou eigenlijk meer dan 1 yogasessie per week willen doen.

Ik zou eigenlijk weer moeten beginnen met aquagym/fietsen…

Ik zou eigenlijk wat meer uitstapjes willen doen met Sep.

Ik zou eigenlijk nog eens een date willen plannen met het lief.

Ik zou eigenlijk dat boek dat al 6 maanden op mijn nachtkastje ligt moeten uitlezen.

Ik zou eigenlijk nog eens nieuwe schoenen willen kopen voor de lente/zomer.

Ik zou eigenlijk het parket in de living nog eens moeten behandelen.

Ik zou eigenlijk tuinmeubelen moeten kopen.

Ik zou eigenlijk nog eens wat meer aan mijn piano willen gaan zitten.

Ik zou eigenlijk mijn benen nog eens moeten scheren, rokjesweer is in het land!

Ik zou eigenlijk die plastieken-pottekes-lade eens moeten uitkuisen.

Ik zou eigenlijk nog eens een tijdschrift willen lezen.

Ik zou eigenlijk dat kapotte horloge moeten laten maken.

Ik zou eigenlijk kapselinspiratie voor onze bruiloft moeten zoeken.

Ik zou eigenlijk nog een “Dit was 2016”-fotoboek moeten maken.

Ik zou eigenlijk nog eens willen gaan brunchen/lunchen met …

Maar ik heb nu eenmaal twee kindjes. Wat een verschil met één kind! Het zijn dan nog niet bepaald “extra zorgbehoevende” kinderen. Maar wel twéé kinderen. En dan is een dag/week/maand om in een vingerknip. Zonder dat bovenstaande lijst korter geworden is. Integendeel. Wat zei ik ook alweer over alle ballen in de lucht houden? 😉 Ik sta om 5u30 op om zelf gedoucht te geraken en met twee gevoede en geklede kinderen om 7u30 de deur uit te zijn. Om 5u30 begint het vliegen. Het stopt als ik om 21u30 mijn vermoeide hoofd op mijn kussen leg. Toch voor een paar uurtjes. Tot Warre honger heeft, of kucht, of Sep zijn knuffel kwijt is. De “basic” huishoudelijke taken krijg ik meestal wel rond. Alles wat erbij komt? Dat lukt niet meer. Dat komt op een gigantische to-dolijst. Voor als ik nog eens tijd of energie heb. Als één van de twee dan niet beslist ziek te worden natuurlijk… Hoe doen die moeders met 3 of meer kinderen dat dan?

Alhoewel, ik kan eindelijk “ik zou eigenlijk een poetsvrouw moeten zoeken” van mijn lijstje schrappen! Dinsdag begint ze.
Hopelijk is dit het begin van vele vinkjes bij deze lijst… Anders word ik ooit nog zot in mijn hoofd van al die dingen die ik nog wil/moet doen…

Alle ballen in de lucht houden

Ik kreeg een stokje toegeworpen van Evi en het leek me wel leuk om eens te antwoorden op enkele vragen over hoe ik alle ballen in de lucht houd. Allez, die ballen liggen tegenwoordig vaker op de grond dan dat ze in de lucht hangen, maar kom, ik doe mijn best!

  1. Wat is bij jullie de verdeling van taken als het gaat om kinderen, huishouden etc….
    Doordat ik vaker thuis ben met de kinderen, ben ik logischerwijs meer verantwoordelijk voor hun welbehagen. Maar als het lief op tijd thuis is, neemt hij die taken graag van mij over of steekt hij Sep in bed terwijl ik Warre voed en ons eigen avondmaal bereid. Het is teamwork en we verdelen de taken à la minute. Wij hebben niet echt een vaste taakverdeling opgesteld, al komen we door de omstandigheden wel een beetje in de klassieke rolpatronen terecht wat het huishouden betreft. Ik zorg voor het eten, de was en de kuis. Het lief zorgt voor de tuin, zet de vuilniszakken buiten en neemt de meer technische klusjes voor zijn rekening.
  2. Hoe zorg je dat werk en privé gescheiden blijven?
    Ik kan mijn werk relatief gemakkelijk achter mij laten bij het verlaten van het kantoorgebouw. Ook mentaal. Gelukkig! Voor het bijberoep is dat iets moeilijker. Aangezien dat nog in zijn kinderschoenen staat en mijn leven nu zo veranderd is met de komst van baby 2, is het moeilijker om dat van de privé gescheiden te houden. Ik vind het moeilijk om achter mijn bureau te kruipen als ons huis een puinhoop is. Dan is er geen rust in mijn hoofd. Met de komst van een poetsvrouw binnenkort komt dat (hopelijk) deels in orde.
  3. Welke klusjes in het huishouden heb je opgegeven of laat je als eerste vallen?
    De strijk wordt bijna altijd overgenomen door mijn mama. Als zij op maandag komt babysitten, jaagt ze er een volledige lading strijk door wanneer de kids in bed liggen. Dit vind ik echter niet het meest vervelende klusje. Als ik de fut nog vind, doe ik dat graag zelf ’s avonds voor de tv of zo. De boodschappen doe ik via Collect&Go, wat ook al veel tijd uitspaart. We proberen elke avond de afwas te doen. Dat lukt niet altijd. Zeker niet als je met een krijsende Warre op je arm loopt van 19u tot 21u. Daarna begin je echt niet meer aan de afwas. Dat kan ik je garanderen. En doe je dat toch, chapeau. R-E-S-P-E-C-T!
    Ik heb nu mijn eerste dienstencheques aangevraagd en ga op jacht naar een goede poetsvrouw die om de twee weken mijn huis eens een paar uur onder handen neemt (uitkuisen van het doucheputteke komt met stip op één! 😉). Tips voor goede poetsvrouwen regio Anzegem zijn trouwens altijd welkom!
  4. Wanneer was de laatste keer me-time en wat heb je toen gedaan?
    Afgelopen weekend waren we op familieweekend. Dan konden wij de kinderen even overlaten aan de goede zorgen van tante en grootouders, waardoor ik (samen met het lief) kon genieten van het zwembad, de sauna en jacuzzi aan ons vakantiehuis. Deugd dat dat deed! Toen we op Paasmaandag naar huis kwamen, heb ik het me – nadat ik 4 ladingen was had gedraaid – ook gepermitteerd om een uurtje voor mezelf te nemen en in bad te gaan. Opnieuw: deugd dat dat deed!
  5. Heb je weleens een date night en wat doen jullie dan?
    Met de komst van Sep hadden we afgesproken om maandelijks een date night te houden. Dat hielden we niet goed vol. Ook nu lukt het ons nog niet om op een vast tijdstip date night te houden. Meestal zeggen we gewoon op een bepaald moment tegen elkaar: “we moeten nog eens op date he, ’t is alweer veel te lang geleden.” En dan reserveren we een restaurantje, bellen we de grootouders en gaan we een paar uurtjes op stap met ons tweetjes. Ook een concertje meepikken doen we graag. Maar tegenwoordig val ik al om van de slaap nog voor het voorprogramma gedaan is…
  6. Hoe vaak zie je je vriend(inn)en en wat doen jullie dan?
    Ik zie mijn vriendinnen veel te weinig. Gelukkig bestaat er WhatsApp om tussen de dates door contact te houden. Ik heb een paar goede vriendinnen met wie ik af en toe eens afspreek voor een lunch/brunch of koffie date. Of we spreken af bij iemand thuis, samen met de wederhelften. Dat komt ervan als iedereen bezig is met drukke jobs, huizen verbouwen en kindjes kopen. Dat zal zich wel weer stabiliseren, denk ik. Hoop ik.
  7. Heb je veel contact met je familie?
    Ik zie mijn ouders meerdere keren per week. Op maandag gaan de kinderen bij mijn ouders in plaats van naar de crèche. Daarnaast spring ik geregeld nog eens binnen na het werk. Ik zie hen dus vaak. Mijn zus hoor ik ook vaak, maar zie ik wat minder. Wegens haar drukke job en het feit dat ze in het “verre” Gent woont. Thank God voor WhatsApp (alweer)! Met haar deel ik bijna alles. Openheid en (ongecensureerde) eerlijkheid, zo moet de band tussen zussen zijn. Ik kon geen betere meter kiezen voor mijn kindjes.
    Ook met de grote familie aan moederszijde spreken we vaak af. Voor mijn oma is het niet normaal als ze mij 3 weken niet gehoord heeft, dan belt ze eens om te horen hoe het met ons is en wanneer we nog eens op bezoek komen 🙂 Met Pasen hebben we ons jaarlijks familieweekend. Maar elke gelegenheid is goed genoeg voor mijn oma om ons allen te verzamelen voor zelfgebakken taarten of een bbq in de tuin . Ah, over mijn familie zou ik een hele aparte post kunnen schrijven 🙂
    Mijn lief zijn familie zien we iets minder, maar ook daar is WhatsApp een goede oplossing om de tijd tussendoor op te vullen. Ik ben wel blij dat ik goed overeenkom met mijn schoonzussen en -ouders. En dat mijn ouders en mijn schoonouders goed overeenkomen. Dat is toch belangrijk als je op het punt staat te trouwen, vind ik…
  8. Waaraan kan je als eerste zien dat er eigenlijk veel meer uren in een dag moeten zitten? Oftewel: hoe zien jouw prioriteiten eruit?
    Als het me allemaal weer eens teveel wordt of de vermoeidheid van de gebroken nachten speelt me parten, dan moet het huishouden er als eerste aan geloven. De afwas blijft staan. Na enkele dagen kan je met de kruimels onder de tafel nog een heel gezin voeden. De strijk stapelt zich op. Maar de kinderen zijn altijd gevoed en gewassen. Mijn prioriteiten liggen dus sowieso bij de kinderen. En bij mijn eten. Ik word echt ambetant als het mij niet lukt om voor een deftig avondmaal te zorgen voor mij en mijn lief. Als ik de tijd of de moed niet heb om te koken, dan heb ik “gefaald” als huismoeder. Dan heb ik geen rust in mijn hoofd. Dan kan ik mezelf geen Superwoman noemen. Een Superwoman steekt geen pizza in de oven, maar zorgt voor verse, gezonde maaltijden. In mijn hoofd. (ik projecteer dit enkel op mezelf hé! ik heb me absoluut niet te moeien in de eetgewoontes van anderen en doe dat ook niet)

  9. Doe jij je soms wel eens beter voor dan in werkelijkheid?
    Ja. In die zin dat ik zoveel mogelijk probeer mijn gemoedstoestand mijn dagelijkse leven niet te laten beïnvloeden. Op het werk moet ik mijn werk doen. Daar heeft niemand er boodschap aan dat ik vermoeid ben omdat ik weer amper 3 uur geslapen heb. Of dat ik ambetant loop omdat mijn huishouden een boeltje is. Ik wil niemand lastigvallen met mijn “miserie”, dus ik houd die voor mezelf, zet mijn glimlach op (of mijn neutrale gezicht als een glimlach er niet af kan) en doe wat ik moet doen. Ook als collega’s met wie ik niet echt een speciale band heb vragen naar Warre, dan antwoord ik steevast: “goed ze! Hij eet goed en groeit goed! Meer moet dat niet zijn he”. Eerlijk, al de rest interesseert hen toch niet? Voor hen is het enkel belangrijk dat ik hun project kan afwerken. Ik verdraai de feiten niet, ik deel ze gewoon ook niet 🙂
    Maar dat geldt enkel voor het werk. Deze blog is gebaseerd op eerlijk zijn en tonen dat het moederschap niet alleen (maar natuurlijk soms absoluut wél) uit zeemzoete glossy-magazine-foto’s bestaat. Het zou een beetje contradictorisch zijn als ik me op sociale media, op deze blog of tegen vrienden en familie beter zou voordoen dan ik ben. Ik zou dat trouwens ook niet kunnen volhouden.
  10. Welke tips heb je voor andere moeders?
    Ik ben altijd iemand geweest die doet wat ik denk dat er van me verwacht wordt (door mezelf, mijn ouders, leerkrachten, maatschappij…). Op elk vlak en ook in het moederschap. Dat heeft me al meer paniekaanvallen bezorgd dan gezond voor me is. Mede dankzij deze blog en de (online) community van eerlijke moeders begin ik steeds meer te beseffen dat je moet doen waar je je zélf goed bij voelt. Ze noemen het niet voor niets “moederinstinct” he! Mijn kindjes zijn een goede graadmeter: als zij gelukkig zijn, dan ben ik ook gelukkig en dan weet ik dat ik goed bezig ben!
  11. Waarvan vraag jij je weleens af hoe andere moeders dat aanpakken?
    Alles! Bij veel dingen die ik doe, vraag ik me soms af: “hoe zouden andere moeders dat doen?” Vooral uit interesse, niet omdat ik gefrustreerd ben over de manier waarop ik het doe of zo. Nu gaat het bijvoorbeeld over de zindelijkheidstraining van Sep. Hij doet dat op zijn gemak. We jagen hem daar ook niet in op, als hij zich nog veilig voelt in een pamper af en toe. En eerlijk gezegd doen we het soms ook uit gemakzucht hoor (op familieweekend 2 ongelukjes op één namiddag is niet ideaal…). Maar dan zie ik ouders bij wie het kind op 2 weken zindelijk is en dan vraag ik me weleens af hoe zij dat gedaan hebben en of zo een aanpak ook bij Sep zou werken. Maar dan doen we eigenlijk toch weer verder met onze eigen methode, haha 🙂 

Voilà, there you have it. Hoe ik alle ballen in de lucht probeer te houden. Ik ga niemand taggen, maar ik zou het wel tof vinden als er iemand zich geïnspireerd voelt door deze vragenlijst. Laat het zeker weten in de comments, dan kom ik eens meelezen!

Over doodnormale zorgenkindjes en overbezorgde moeders

Ik heb twee zorgenkindjes. Of beter gezegd: ik heb zorgen over mijn twee kindjes.
Niet dat ze ernstige ziektes hebben of zo. Ze eten goed, groeien goed en ontwikkelen zich volgens het boekje. Maar toch. Ik heb zorgen over mijn twee kindjes.

Kindje 1, Sep: over de pasgeboren Sep had ik geen zorgen. Het kind blaakte van gezondheid en geluk. Hij was rustig en nooit ziek. Alleen zijn navelbreuk zou ooit eens moeten geopereerd worden als ze niet vanzelf genas, maar soit, zorgen voor later.
Toen kreeg hij de windpokken. En een oorontsteking. En bronchitis. En nog een oorontsteking. En nog één. En nog eens een luchtwegeninfectie.
De buisjes in de oren maakten gelukkig een einde aan de oorontstekingen. Maar niet aan de gevoelige luchtwegen.
Zijn eerste hardgekookte eitje bezorgde hem zijn eerste allergische reactie en zijn eerste trip naar het ziekenhuis voor een bloedtest.
Zijn eerste boterham met Nutella, een paar weken geleden, bezorgde hem zijn tweede allergische reactie. Nog een bloedtest. Jep: allergisch aan ei, hazel-(en waarschijnlijk ook andere)noten en huisstofmijt. Tripje naar de apotheek: EpiPen in tweevoud. Nog nooit las ik een bijsluiter zo nauwkeurig!
Zal ik hem ooit met een gerust hart bij een vriendje laten gaan spelen of op kamp laten gaan? Wat als hij daar koekjes krijgt met hazelnoten of chocolade-eitjes met praliné vulling? Nu zal hij altijd dàt kind zijn. Het kind dat moet zeggen dat hij dat en dat en dat niet mag eten. Nu zal ik altijd zorgen hebben. Allez, ik ben bang dat ik altijd zorgen zal hebben. (ben je nog mee?)

 

IMG_6822

Alweer een accessoire erbij om mijn grote mama-handtas mee te vullen…

 

Kindje 2 dan, Warre: bij hem was het anders dan bij zijn broer. Hij kende een niet zo goede start. Elf weken lang zaten we met onze handen in het haar bij de eindeloze krijsbuien (sorry, maar huilen kon je het bij momenten met de grootste wil ter wereld niet meer noemen). Ik ging op koemelkeiwitdieet. Hij ging aan de maagzuurneutraliserende medicatie.
De hypothese van koemelkeiwitallergie leek mij steeds onwaarschijnlijker, want ik zag geen verandering in de krampen. De medicatie hielp wel tegen de pijn van de reflux. Dat verschil zagen we wel. Verder onderzoeken dan maar. Er werden stalen van Warre’s bloed en andere lichaamssappen afgenomen en onder de microscoop bekeken. Op de echo van zijn buikje zag je veel lucht, maar verder niets speciaals.
Ik hoopte dat ze iets zouden vinden. Eender wat. Maar iets dat we konden behandelen. Dan konden we zijn pijn en het huilen laten ophouden.
Nope. Alles normaal.
Mijn gedachtengang op dat moment: “Er scheelt niets met ons kind. Ik ben gewoon te vermoeid om tegen een huilende baby te kunnen. Want ja, “alle baby’s huilen en ze kunnen niet zeggen waarom, hé!” (serieus, die zin bezorgt me ondertussen ook al het vliegend schijt – pardon my French) Zal het dan blijven zoals het nu is? Of beeldde ik het me allemaal maar in en was het eigenlijk toch niet zo erg als ik het aanvoelde?”

Neen, het was geen verbeelding. Warre had het lastig de eerste 11 weken van zijn leven. Dat is nu nog meer duidelijk. Nu hij het de laatste 3 dagen enkel op een krijsen zette als hij te lang op zijn eten moest wachten of in de maxi cosi moest. Dag en nacht verschil. Ook het lief en mijn mama zeggen dat hij precies een ander kind is. Hij is gelukkig! Hij lacht en speelt zodanig veel dat de opslagruimte van mijn gsm vol staat door de filmpjes en foto’s.  Sep is ook rustiger nu de baby minder huilt. Wij zijn rustiger. We moeten geen kilometers meer afleggen rond de tafel met een baby op de arm.
Het is alsof hij zelf van de dokter moest horen dat er niets mis was. Zijn lichaampje was zich gewoon nog “aan het zetten”. Zijn darmen en maag moesten nog “rijpen”. Hij moest er nog “uit groeien”.
Wat het ook is, het is blijkbaar voorbij.

IMG_6783

Jep, hij kan happy zijn én hij sliep zelfs al eens een nachtje door! Dan zijn wij ook heel happy! 🙂 

Nu ja, zo lijkt het toch.

 

Wij geloven het nog niet helemaal. Hoewel we echt blij zijn dat Warre zich duidelijk beter voelt, blijven we toch sceptisch. In ons hoofd kan hij vanavond weer twee uur liggen krijsen tot hij doodvermoeid in slaap valt op mijn arm. Of ontdekken we over enkele maanden dat hij net als zijn broer buisjes nodig heeft om van eeuwige oorontstekingen af te geraken. Of moet hij ook geopereerd worden aan zijn navelbreukje (jep, it runs in the family…). Of blijkt hij over een jaar ook allergisch te zijn aan de helft van mijn voorraadkast.

Of hij blijft gewoon rustig voortdoen zoals hij bezig is: goed eten, goed groeien en gelukkig wezen. Geen zorgen meer.

We hopen op het beste, ik bereid me voor op het ergste.

In de keuken van een Superwoman

Op zoveel vlakken slaag ik er niet in om de perfecte vrouw/moeder te zijn. Mijn huis ligt er enkel spic en span bij als mijn mama is geweest. Ik loop niet rond in de nieuwste en meest modieuze kleding. Ik ga niet elke zaterdagavond cocktails sippen met mijn vriendinnen. Creatiever dan een blokkentorens bouwen ben ik niet in mijn zondagmiddagactiviteiten . Ik laat mijn oudste een uur lang Piet Piraat filmpjes bekijken als ik met een huilende jongste op mijn arm loop. Hej, we doen allemaal maar wat.

Waar ik echter wél trots op ben, is mijn gedrevenheid om elke dag een verse maaltijd op tafel te toveren. Oké, 90% van de tijd – de frietkotcultuur mag niet volledig ten onder gaan 😉 Ik ben verzot op kookboeken, probeer graag nieuwe recepten uit en ontdek graag nieuwe producten.
De strijk, de kuis, de was en de plas wil ik gerust uit handen geven. Maar het koken, dat is mijn ding. Een halfuurtje of uurtje in de keuken staan, dat is mijn dagelijkse me-time. Ook al is het vaak met een draagdoek rond mij gebonden en met één oog op de peuter in de living.
De voldoening die ik krijg van te weten dat ik een (quasi-)gezonde maaltijd op tafel zet en mijn kinderen een goede basis meegeef, maakt dat het een kleine passie van mij geworden is. Het vraagt wel wat inspanning, maar waarom een Come à Casa lasagne kopen als je er zelf één kan maken à casa?!
Je hoeft helemaal geen uren in de keuken te zwoegen op onmogelijke recepten van dieetgoeroes. Ik doe dat alleszins niet! Vers, simpel en snel. De sleutelwoorden voor een drukbezette moeder die er een erezaak van maakt om dagelijks te koken voor haar gezin.
Dit is hoe ik dat doe.
P.S. als jij nog andere tips hebt, laat maar weten in de comments, ik leer graag bij!

  • Maak een weekmenu. Echt, ik blijf dit aanraden. Eén dag in de week tijd maken om te bepalen wat je de komende 7 dagen gaat eten, bespaart je veel tijd op die andere dagen. Niet hoeven na te denken over wat je vanavond gaat eten, maar al kunnen uitkijken naar wat er gepland staat. Weg maaltijdstress. De kans dat je naar kant-en-klare maaltijden grijpt in de supermarkt of een tussenstop maakt in de frituur is dan ook veel kleiner. Win-win!
    *kleine extra voor gevorderden: als je voelt dat je wat vastgeroest zit in een ontbijt- en lunchroutine, kan je die ook opnemen in je planning, zodat je jezelf uitdaagt om hiervoor elke dag iets anders te zoeken.

  • Stem je weekmenu af op je gezinsagenda. Zo moet je geen ingewikkeld nieuw gerecht uitproberen op een avond dat je maar om 18u thuis bent en om 19u al in de yogales moet staan. Timemanagement enal…
  • Kijk bij het maken van je weekmenu wat er nog in de koelkast, diepvriezer en voorraadkast ligt. Maak je menu op basis daarvan. Zo moet je op het einde van de week geen halve krop sla weggooien omdat je vergeten was dat die daar lag.
  • Laat manlief en kinderen mee beslissen over wat er de komende week op tafel komt. Dan kunnen ze alvast uitkijken naar de dag dat hun gerechtje op het menu staat. Een activiteit voor het hele gezin, dat weekmenu opstellen 😉
  • Een handige tip voor als je zelf niet zo creatief bent in de keuken of even geen inspiratie hebt: volg foodblogs/foodies op de sociale media. Zoek diegene uit die aansluiten bij jouw goesting en haal inspiratie uit hun gerechten. Of leg een verzameling kookboeken aan, zoals ik doe 😉 Houd de recepten bij die je aanstonden, zodat je die in de toekomst nog eens kan maken. Een paar van mijn favorieten: Libelle Lekker, Sandra Bekkari, Jeroen Meus, blogster Sarah van South and Pepper of Annelies van Een Lepeltje Lekkers.

    IMG_6400

  • Als je dan toch bezig bent met gerechten te noteren, dan kan je meteen ook de benodigde ingrediënten noteren op een boodschappenlijstje. Tijd gespaard in de winkel.
  • Wil je nog meer tijd winnen, dan doe je aan online shoppen. Neen, niet bol.com, wel applicaties zoals Collect & Go! Alles vanuit je luie zetel bestellen en ophalen op een moment dat jou het beste uitkomt (bijvoorbeeld snel eens passeren na het werk). Snel en gemakkelijk! Minder verleidingen die je aandacht roepen tussen de winkelrekken: een voordeel voor je portemonnee en voor je lijn!
  • Wil je ook nog je ecologische voetafdruk in de gaten houden, dan ga je toch gewoon je producten vers bij de boer kopen! Initiatieven zoals de Buurderij zijn bedoeld om consument en lokale producent dichter bij elkaar te brengen. Afhankelijk van jouw buurt, kan je er je groenten en fruit, vlees, zuivelproducten én zelfs bier halen. Je betaalt uiteraard iets meer dan bij de gemiddelde Colruyt, maar dat moet je over hebben voor verse seizoensgroentjes en onbewerkt vlees.
     
  • Maak van je diepvriezer je nieuwe beste vriend. Ongeveer. Snijd groentjes op zondagnamiddag (of koop ze voorgesneden). Maak soep op een vrij moment en vries die in. Als je eens veel tijd hebt, kan je al volledige maaltijden klaarmaken en invriezen, handig voor als je weer eens één van die dagen hebt…

    img_6279

  • Ovenschotels en éénpansgerechten zijn altijd een goed idee. Terwijl de schotel in de oven staat, kan jij je bezighouden met je kids/huishouden/blog… Aan een eenpansgerecht heb je veel minder afwas, dus veel meer tijd voor de kids na het eten. Tenzij de afwas bij jullie een feest is voor het hele gezin. Geniet daar dan van, zou ik zeggen 😉
  • Veel gezinnen maken gebruik van de foodboxen à la Hello Fresh en Smartmat die gewoon lekker gemakkelijk aan huis geleverd worden wanneer het jou uitkomt. Ik heb die ook al geprobeerd. Niet slecht. Ik beslis toch nog liever zelf wat ik klaarmaak en het is tamelijk duur en niet altijd even duurzaam als ze beweren. Maar voor af en toe is het wel goed. Het levert je alleszins nog wat extra nieuwe gerechtjes op en hopelijk zit daar dan een winner tussen 😉

Ik ga proberen om mijn “Friday’s Food” opnieuw op te nemen en wekelijks (tweewekelijks, maandelijks – we zien wel waar ik toe kom 😉) mijn weekmenu te delen met daaruit één receptje.
Op mijn Instagram deel ik ook vaak succesgerechten, dus daar kan je ook inspiratie halen. Als je wil meedoen en jouw weekmenu of altijd-goed gerecht wil delen in de comments, zeker doen! Ik kijk er alvast naar uit! 

 

 

 

Sep zegt II

Die oudste van ons is een spraakwaterval! Iedereen staat versteld van de woordenschat en logica die dat kleine mannetje beheerst. Wij zijn het ondertussen al gewoon dat je een degelijke conversatie kan voeren met onze peuter. Al blijft het natuurlijk wel een tweejarige en vele van zijn uitingen zijn er ook naar… De grappigste/coolste/slimste/schattigste… kan ik sinds kort bijhouden in het boekje dat ik kreeg van één van Warre’s meters. Een bloemlezing…

 

img_6386

Hoe cool is die titel trouwens?! #kleinegelukjesvaneencopywriter

 

  • “De baby moet ook lachen van Sep!” Grote broer en kleine broer gaan samen op de foto. Grote broer lacht, maar de baby moet ook lachen!
  • “Pijn gedaan aan mijn kous!” Wanneer hij zijn teen gestoten heeft of iets heeft laten vallen op zijn teentjes.
  • “Eén, twee, drie, zes!” (in dezelfde orde ook: één, twee, twee, vier, negen en andere combinaties van nul tot tien)
  • “’t Is niet meer koud” over zijn melk die opgewarmd is. Neen, die is niet meer koud.
  • “’t Is de melk die lawaai maakt” als hij naar het kolfapparaat wijst.
  • “Ik zie de maan. De wolken zitten achter de wolken.” Bij heldere hemel. Want als er veel wolken zijn, zit de zon achter de wolken en zien we ze niet. We zien geen wolken, dus die zitten achter de wolken. Ah ja!
  • “Ik kan goed praten!” Hij hoort het zo vaak bij de begeleiders in de crèche of bij de grootouders, dat er wel iets van aan moet zijn zeker.
  • “Ik heb goed geklimd“- “Ja, je hebt goed geklommen” – “Neen, goed geklimd!”
  • “Ik heb goed geklommen!” – “Ja, goed zo Sep!”. “Ah neen, ik heb goed geklimd!”
  • Als het verkeerslicht op groen springt: “Ja, allemaal doorrijden!” 
  • “Oma, even wachten! Ik ga juist Tut en Nijn halen.” Hij ging dus zijn tut en knuffelkonijn halen.
  • “Ik mag Piet Piraat/Kabouter Plop/Musti… kijken!” Als hij dus zin heeft om een filmpje te zien.
  • “Neen mama/papa/oma/…, niet zingen!” alsook “Neen mama/papa/… niet dansen!” Enkel hij mag zingen en dansen. En uiteraard de artiesten die het originele liedje brengen. Zoals daar zijn: Kapitein Winokkio, Piet Piraat en de rest van de Studio 100 bende.
  • “’t is de rare muziek” over het liedje SOB van Nathaniel Rateliff. Voor alle duidelijkheid: hij is wél fan van het nummer.

At the moment

19 dagen, oftewel bijna 3 weken, is het geleden dat ik hier nog eens iets schreef.
Ik kan me het immense gemis bij jullie, mijn trouwe lezers, amper voorstellen. Mijn oprechte excuses daarvoor! Het is er gewoon nog niet van gekomen. Ik vrees ook dat de schrijfmicrobe momenteel even zoek is, net als mijn slaap trouwens… Beiden komen wel terug, hoor. Die laatste zal de eerste wel meebrengen.

Ondertussen is mijn jongste zoon al een maand oud, rockt de oudste de zindelijkheidstraining en vind ik eindelijk nog eens een minuutje tijd om te bloggen. Het wordt een kleine update van ons leven de afgelopen maand, zo zijn jullie ook weer mee 🙂

Ik lees af en toe een blog, veel te laat na publicatiedatum, waardoor reageren zelfs irrelevant wordt. Verder dan dat en Instagram/Facebook checken op mijn smartphone tijdens het voeden kom ik niet.

Ik slaap veel te weinig. Al moet ik zeggen dat er af en toe wel een goede dag/nacht tussen zit. Ze zeggen dat je als mama moet slapen wanneer je kind slaapt. Allemaal goed en wel, àls je kind slaapt natuurlijk… Wegens hevige krampen zijn er dagen dat baby Warre amper eens een kwartiertje aan een stuk kan slapen. “Gelukkig” is hij tegen ’s avonds dan zodanig uitgeput dat hij wel eens een uur of 2 – 3 doorslaapt. Als je je onderling afvraagt wat de criteria zijn om een baby een “huilbaby” te noemen, dan besef je dat er toch iets niet klopt. Hopelijk vinden we snel een oplossing. Het kindje ziet te erg af (en wij ook een beetje).

img_6270

Zo ziet 80% van mijn dag eruit… Gelukkig gaat dit uitzicht nooit vervelen! 

Ik dieet uit noodzaak. Momenteel zitten we met Warres krampen op de piste van koemelkallergie. Aangezien ik borstvoeding geef, is het niet zo simpel als gewoon een andere melk kopen. Nope, mama moet op dieet: geen koemelk en liefst ook geen – of zo weinig mogelijk – soja. Dat is dus verpakkingen lezen in de winkel, vervangingsproducten zoeken en creatief zijn in de keuken. Want als je eens begint rond te kijken, dan vind je echt overal melk in. In paprikachips, in charcuterie, … Ge houdt het niet voor mogelijk! Ik zou ook gewoon kunnen overschakelen op hypoallergene flesvoeding om het mezelf gemakkelijk te maken, maar dat wil ik niet. Ik ben dus gemotiveerd en ik vind het diëten niet eens zo lastig. Gelukkig zijn er genoeg (zij het veelal duurdere) alternatieven.

We plannen onze bruiloft. Jep, nu de zwangerschap en de bevalling achter de rug zijn, wordt het hoog tijd dat we concrete plannen maken voor ons trouwfeest deze zomer. Het schiet al goed op! We hebben een fotografe! We hebben deze week een afspraak met een traiteur/decorateur. En ik heb mijn kleed gevonden! Absoluut niet in “Say Yes To The Dress” stijl. Geen over-the-top jurken. Geen groot gevolg waarin iedereen zijn mening moet hebben. Geen drama. Geen tranen. Wél champagne 🙂

img_6288

Ik laat los. De controlefreak in mezelf had het er bij Sep moeilijk mee om hulp te vragen. Ik moest en zou het alleen kunnen. Zeker met zo een gemakkelijk kind! Andere vrouwen doen dat toch ook! Nu verwelkom ik echter alle hulp die ik kan krijgen. Ik word meer nerveus van een rommelig huis en een veel te hoge berg strijk dan van het idee dat een ander dit voor mij verhelpt. Het idee van “ik moet dat alleen kunnen” heb ik losgelaten. De controle laat ik – deels – los. Hoe flink van mij! Op maandag helpt mijn mama met de kindjes en het huishouden en op vrijdag geniet ik van 4 uurtjes kraamzorg. Terwijl ik dus met een krijsende baby op mijn arm zit, zorgt de kraamhulp ervoor dat de strijk gedaan is en dat we weer een hele lading soep in de diepvriezer kunnen steken. Tussen de voedingen door past zij op Warre, zodat ik uitgebreid kan douchen. Of slapen! De hemel!

 

img_6279

Lekkere soep van de kraamverzorgende 🙂

We maken tijd voor date-night. Met twee kindjes, waarvan één pasgeboren én met frequente, hevige huilbuien, ga je je gemakkelijk opsluiten in je cocon. Ik merk dat ik gelukkiger ben als ik af en toe even weg kan van tussen die 4 muren. Onze relatie heeft het ook nodig. Het lief werkt opnieuw 6 dagen op 7. Wanneer hij thuiskomt verdelen we de kinderen: hij steekt Sep in bed terwijl ik met Warre op de arm voorkom dat het avondeten aanbrandt. Na de afwas (als we er al zin in hebben) crashen we samen in de zetel. Hij vaak nog met de laptop op zijn schoot voor wat administratie. Ik met kleine oogjes kijkend naar niet al te hoogstaande televisie. Vorige week gingen we er dus op uit naar Brussel. Eten bij Nüetnigenough en daarna concertje van UB40 in de AB. Wat heb je meer nodig dan een overheerlijke stoemp, een lekker biertje en wat chille reggae beats? We waren om 23u30 thuis en compleet uitgeteld, maar het had ons zoveel deugd gedaan!

img_6261

Kitsch in het toilet bij Nüetnigenough. Gotta love this! 

Zoals je ook ziet in mijn Instagramfeed, erg bruisend is mijn leven momenteel niet. Ik probeer te genieten van mijn gezinnetje. Ik breng de dagen door op de zetel, met een baby aan mijn borst of snikkend op mijn arm. Al de rest moet tussendoor gebeuren. Deze post is bijvoorbeeld in 4 keer geschreven en de afwas van gisteren moet maar even wachten.
Het voelt alsof de dagen voorbij vliegen, ook al doe ik bijna niets! Ik kan niet geloven dat ik al aan de helft van mijn moederschapsrust ben. Begin april moet ik mijn kleine mannetje achterlaten in de opvang en ga ik opnieuw aan het werk. Dat kan ik me nu nog niet voorstellen…

 

Superwoman playing the waiting game … again …

“Je bent zeker dat we in eerste instantie gewoon een natuurlijke, spontane bevalling willen afwachten, hé?”

Zeker vijf keer stelde de gynaecologe mij die vraag op mijn laatste afspraak bij haar. Op 5 januari. Dat was 3 dagen na de uitgerekende bevallingsdatum.

Het lief en ik zijn gedecideerd. We blijven hopen op een “gewone” bevalling. De weeën die opkomen en erger worden. Oma bellen om Sep op te halen. Naar het ziekenhuis rijden. En bevallen in een verloskamer. Niet in een operatiekwartier.

Uiteraard hebben we een plan b. Maar we blijven eerst nog even afwachten. Tot de deadline die de gynaecologe vooropgesteld heeft. En in tussentijd om de 2 dagen aan de monitor.

Voor een notoire controlefreak/planner/overdenker is dit afwachten een echte kwelling!
Elke dag zonder wee is een dag dichter bij de poging tot inductie. En als ik daaraan denk, denk ik meteen aan een mislukte inductie en een keizersnede die zich opdringt. En aan een epidurale die niet werkt. En aan alweer een kind krijgen zonder “zelf te bevallen”.

Elke dag van wachten is een mentale marteling. Ik hou mezelf bezig met het uitkuisen van kasten. Mijn wasmand was nog nooit zo leeg. Ik heb in het afgelopen halfjaar niet zoveel zelf gestreken als in de afgelopen week. Mijn huis ligt er netjes bij. De reeks onbekeken films op mijn digibox is al een pak korter. Mijn middagdutjes duren soms twee uur.
Het lief gaat nog elke dag werken. Maar ook hij past zijn planning aan in functie van “wat als ze belt”.

img_5971

Elke keer als je naar het ziekenhuis gaat voor de monitor, is er een kleine hoop. Je weet perfect dat er niets is om op te hopen als je zelf nog niets voelt, maar toch. Je hoopt dat ze bij het inwendig onderzoek toch merken dat je al een paar centimeter ontsluiting hebt. Of dat de weeën toch plots opkomen.
Je weet dat je eigenlijk niet moet mag hopen. En toch doen we het blijkbaar wel. Want na elke monitorsessie ben ik (en het lief ook op de dagen dat hij meegaat) teleurgesteld. De rest van de namiddag ben ik niet te genieten.

Zelfs Sep moet het ontgelden. Ik ben minder geïnteresseerd in zijn enthousiasme als hij een puzzel maakt. Ik ben sneller geïrriteerd als hij een driftbui heeft. Ik ben allesbehalve de ideale mama. En dat op een moment dat hij mij juist meer nodig heeft. Want het mannetje voelt écht aan dat er iets aan het veranderen is. Hij vraagt nu zoveel naar mij. Naar een “dikke zjoen” of een knuffel. Ik geniet wel van zijn knuffels. Ze doen ons beiden goed.

Ook op je relatie zet dit behoorlijk wat druk. Je kent dat wel, “the elephant in the room”… Als je beiden down loopt, is dat ook niet echt bevorderlijk voor de sfeer. Niet dat we veel ruziën, integendeel. Er is net minder communicatie. Je wil het onderwerp ontwijken, want het zorgt alleen maar voor stress. In mijn leven is er verder echter niets noemenswaardig aan de gang, dus andere onderwerpen vinden is moeilijk. We weten en zeggen wel dat ook dit voorbijgaat en dat we dit samen kunnen doorstaan. We hebben het al eens gedaan. We kunnen dit. En het geschenk dat we sowieso gaan krijgen, is een motivator.

Maar toch… Het is lastiger dan je zou denken. Het put je mentaal uit.

En toch… toch wil ik afwachten. Toch wil ik niet meteen overgaan tot inleiding of keizersnede. Zo moet ik me niet de rest van mijn leven afvragen: “wat als we toch gewacht hadden? Was hij dan vanzelf gekomen en had ik dan toch eens een échte bevalling meegemaakt?”